Basisinfrastructuur van Nederland dreigt vast te lopen
De top van de Nederlandse luchtvaart heeft zich geërgerd aan de grote problemen die het winterweer op het Nederlandse spoornet heeft veroorzaakt. Door de sneeuwval afgelopen winter is luchthaven Schiphol dagenlang zeer slecht bereikbaar geweest. Volgens een woordvoerder van KLM was er vooral ergernis over de oproep om niet te reizen. ‘We proberen voortdurend mensen juist te bewegen om het openbaar vervoer te gebruiken. Het geeft geen pas om passagiers te vragen niet in te stappen. Dat doen we in de luchtvaart ook niet.’
In een brief aan minister van Economische Zaken Maria van der Hoeven, gedateerd 22 december 2009, deden Peter Hartman, bestuursvoorzitter van luchtvaartmaatschappij KLM, en Jos Nijhuis, topman van Schiphol hun beklag.
‘Sinds een aantal dagen hapert de motor omdat de luchthaven bijzonder slecht bereikbaar is geworden voor onze passagiers en werknemers vanuit Nederland. Voor de derde dag op rij adviseren NS en ProRail de reizigers om niet te reizen. Wij maken ons hierover zeer grote zorgen’, aldus de twee topbestuurders, die zeggen dat de Nederlandse basisinfrastructuur vast dreigt te lopen. ‘Wij vragen dringend uw aandacht voor deze problematiek.’
Frustratie bij de reizigers
vrijdag 18 december 2009, negen uur ‘s ochtends
Tussen de honderden forensen op Utrecht Centraal staan tientallen toeristen met rolkoffers. De ontzetting straalt van hun gezicht als een omroepster meldt dat vanwege het weer géén treinverkeer naar Schiphol mogelijk is. Deze toeristen weten niet dat het onjuist is wat de stationsomroepster verkondigt. Schiphol is dan namelijk wél vanuit Utrecht met de trein bereikbaar. Via Amsterdam Centraal bijvoorbeeld.
Treinreizigers hebben in de afgelopen periode meer van dit soort teleurstellingen opgedaan. Zoals de intercitypassagiers die op een nacht onverwachts op een ingesneeuwd stationnetje Zuilen uit de trein zijn gezet. De rit werd gewoon niet afgemaakt. Station Zuilen ontbeert taxi’s en bussen. Honderden mensen moesten twee kilometer door de sneeuw naar Utrecht Centraal sjokken. Of de reizigers die de dag erop van Utrecht naar Amsterdam Amstel reisden, een reis die normaal twintig minuten duurt en toen tweeënhalf uur kostte. Omgeven door tegenstrijdige informatie van het stationspersoneel overbrugt in die periode één stoptrein de afstand. In dezelfde tijd bereiken twee internationale treinen uit Duitsland, met één Russische wagon, via Utrecht de hoofdstad.
Een aantal jaren eerder sloegen zes Nederlandse consumentenorganisaties, waaronder ANWB, Consumentenbond en Rover, al alarm omdat het Nederlandse spoor niet winterproof zou zijn. Ook naar aanleiding van bovengenoemde incidenten stuurde Rover weer een boze brief naar de verkeersminister, aldus Rover-woordvoerder Chris Vonk. ’Er moet een actieplan voor de winter komen. ProRail laat het op zijn beloop. Het gooit de handdoek in de ring. De trein in Scandinavië en Oostenrijk rijdt wel als er sneeuw ligt.’
De Pavlov-reactie van de politiek
De verkeersminister heeft als reactie laten weten dat hij een evaluatie wil van ProRail en de NS, naar aanleiding van de problemen op het spoor. Een woordvoerster zei dat de minister in een brief de bedrijven heeft gevraagd welke maatregelen de afgelopen periode zijn genomen om de infrastructuur en de informatievoorziening van de reiziger op orde te houden. De Tweede Kamer is van links tot rechts de treinenchaos beu. PvdA en SP willen ProRail strenger controleren en aansturen. De eigen partij van de minister, het CDA, wil juist snel een investeringsplan tegen de treinuitval.
Is dit beleid of is erover nagedacht?
Natuurlijk is het niet acceptabel, dat Nederland krakend tot stilstand komt bij de eerste forse sneeuwbui. Maar de vraag is of er een investeringsplan moet komen tegen treinuitval. Bovendien was men in dezelfde periode met de auto ook niet beter af, want daarvoor gold ook een negatief reisadvies. Is het nog wel van deze tijd, dat Nederland niet om kan gaan met de omstandigheden als fysiek vervoer moeilijk wordt. Investeren we dan wel in de goede dingen? (Zie ook ‘Het Nieuwe Werken, vluchten kan niet meer’.)
Aan deze probleemstelling kunnen we direct de kilometerheffing voor auto’s toevoegen. Er worden miljarden geïnvesteerd in een infrastructuur, met als enige doel, dat de vervuiler betaalt. Dit zou dan in combinatie met meer asfalt moeten leiden tot minder files.
Na de oplevering van de Tweede Brienenoordbrug tien jaar geleden was de file verdwenen. Nu staat die er weer. Wegen erbij, capaciteitsuitbreiding, het zijn korte termijn oplossingen. Het is dweilen met de kraan open. De groei van het verkeer zet gewoon door. wanneer de economie groeit. Tegelijk worden de productiemethoden transportintensiever. Bedrijven houden kortere voorraden aan, productieprocessen zijn meer opgeknipt, met een grotere rol voor tussentijds transport. Daarnaast stijgt het aantal personenauto’s.
Het ministerie van Verkeer en Waterstaat is druk doende het aanbod van het wegennet te verbeteren. Op kortere termijn wordt haast gemaakt met maatregelen als toeritdosering, langere invoeg- en uitvoegstroken, de aanleg van spitsstroken en allerhande andere ingrepen. Op langere termijn worden er nog een aantal wegen aangelegd of verbeterd, zoals de A6-A9, de A4-Midden-Delfland. Maar Nederland moet het vooral zoeken in een betere spreiding van het verkeer. De vraagkant moet worden beïnvloed. (Zie ook ‘Webconferencing: niet de techniek maar de toepassing centraal’.) Prijsmaatregelen helpen hier nauwelijks tegen, want in de meeste gevallen draaien bedrijven op voor de kosten en de leaserijders sluiten weer aan in de file. We hebben gezien dat het kwartje van Kok ook maar een paar weken effect had. En doordat die tijdelijke maatregel nog steeds geldt, voelt de burger zich bekocht. Zijn we niet bezig om een schitterende oplossing te vinden voor het verkeerde probleem?
Moet de basisinfrastructuur fysiek zijn?
De eerste vraag die we ons zelf moeten stellen is: Waarom willen we in de spits de snelweg op? Of waarom willen we in de spits de trein in?
- Om naar het werk te gaan?
- Om naar een afspraak te gaan?
- Om naar een vergadering te gaan?
- Om naar een cursus te gaan?
Anno nu is het allerminst meer noodzakelijk daarvoor de weg op of de trein in te gaan.
Met de huidige media is het volstrekt overbodig om altijd fysiek op het werk te zijn. Een werkplek op afstand bestaat technisch al lang en overleg en samenwerken op afstand kan tegenwoordig ook eenvoudig worden geregeld. (Zie ook ‘Vergaderen, presenteren en samenwerken op afstand’.) Of wil uw manager misschien elke dag opnieuw controleren of u nog wel blauwe ogen heeft?
Natuurlijk wil een klant, voordat hij een deal met u sluit, dat inderdaad eerst controleren. Maar één keer controleren is meestal genoeg. Voor het zover is kunt u gebruik maken van bijvoorbeeld webseminars. Door webseminars in te zetten, kunt u zowel bestaande klanten als prospect veel efficiënter benaderen. Enerzijds biedt het u de mogelijkheid om meer contactmomenten met uw prospects en klanten te hebben en anderzijds kunt u besparen op uw verkoopkosten. (Zie ook ‘Verkopen op afstand is toch veel gemakkelijker?’.) En wat vergaderingen betreft, en ook tijdens cursussen, let men doorgaans niet op elkaars blauwe ogen, maar meer op het blauwe oog van de beamer.
In het artikel ‘Verhogen kwaliteit van opleidingen’ staan diverse toepassingen van webseminars vermeld voor zowel docenten als cursisten, waarbij het niet uitmaakt of het gaat om klassikale, schriftelijke of individuele opleidingen. Wij nodigen u van harte uit om eens deel te nemen aan een webseminar en te ervaren hoe een webseminar werkt.
Werk is iets wat je doet en niet waar je naar toe gaat
Wiens tijd u verspilt, door steeds maar weer de weg op te gaan, is in dit verhaal niet van belang. Dat er tijd verspild wordt met het reizen per spoor of in de auto is echter evident. Door u en door anderen. En dat in de politieke discussie de creativiteit ontbreekt om niet de oplossing maar het probleem aan te pakken, is bedroevend. Het verbaast me dat er nog niemand geopperd heeft, dat we de trekschuit en de postkoets maar weer moeten invoeren.
Natuurlijk is het nodig om elkaar van tijd tot tijd fysiek te ontmoeten. Maar de basis voor Het Nieuwe Werken (HNW) is dat we beseffen dat werk iets is, wat je moet doen. Naar je werk toegaan is echter geen noodzaak meer. Dat is een relikwie uit de vorige eeuw. Een relikwie dat ook in strijd is met elke steun voor duurzaamheid. De techniek is al lang zover. (Zie ook ‘Oplossingen KPN-Getronics voor Het Nieuwe Werken’). Nu nog onze politici, onze managers en ons facilitair management. En natuurlijk uzelf.
Bronnen
Wessel Gossink, ‘Luchtvaart stoort zich aan NS’. In: Het Financieele Dagblad . 23 december 2009.
B. van Dijk, M. Veeger, R. Reiding, P.Lalkens, H.D Hekking, J. van Mierlo, E. Overbeek, O. van Beemen, V. van der Boon, M.G.L.M. Kuypers, ‘Consumentenorganisaties waarschuwen al jaren dat NS en ProRail niet winterhard zijn’. In: Het Financieele Dagblad. 23 december 2009.
Auteur: Wiebe Zijlstra | 17 maart 2010 | Copyright Wiebe Zijlstra
Gerelateerde artikelen:
- Leiderschap, daadkracht en poldermodel in Nederland
- BV Nederland: communicatie, vertrouwen, zeuren en perspectief
- Merkenbeleid: herleving duel Nederland – Duitsland
- Oplossingen KPN voor Het Nieuwe Werken
- Informatiebeveiliging: van onbewust risico lopen naar bewust risico nemen
- Moeten alle MKB-bedrijven in Nederland zich druk maken over terrorisme
- Inkoopstrategie overheid en grote bedrijven remt herstel werkgelegenheid in Nederland

