Ik ben pragmaticus en dus heb ik altijd gelijk
Heeft u dat nou ook? Dat u zichzelf een etiket opplakt, zonder dat u eigenlijk precies weet wat het inhoudt? Ik wel. Ik noem mezelf vaak pragmatisch. Het woordenboek omschrijft pragmatisch als “Op nut en bruikbaarheid gericht”. Voor mij geldt nadrukkelijk, dat ik niet ben geïnteresseerd in wat ‘waar’ is, maar alleen in wat ‘bruikbaar’ is. Onlangs ging ik op zoek naar toch eens wat meer informatie over pragmatisme op Wikipedia en toen kreeg pragmatisme ineens een heel nieuwe dimensie. Het simpele etiketje ‘pragmatisch’ betekent gewoon, dat ik altijd gelijk heb. Geldt dat voor u misschien ook?
Wikipedia begint de informatie over pragmatisme als volgt “Het pragmatisme is een wetenschappelijke en filosofische stroming die gekenmerkt wordt door de focus op het verbinden van de praktijk met de theorie. Een ander typisch kenmerk van pragmatisme is, dat het stelt dat de waarheid van een theorie of een wet daarin bestaat dat die bevestigd wordt in de praktijk. In het pragmatisme wordt de mens als handelend wezen in het centrum gezet, waarbij handelen en denken in dienst staan van het oplossen van praktische problemen. In het dagelijks leven worden handelingen en ideeën die effectiviteit boven theoretische of morele overwegingen stellen, pragmatisch genoemd.”.
Moeilijke begrippen als ‘verificationisme, functionalistische en consequentialistische inslag’ die Wikipedia op andere pagina’s nader uitlegt, laat ik als pragmaticus hier maar even weg. Het lijkt me voor u geen praktische en bruikbare informatie.
Kenmerken van de pragmatiek
Vervolgens geeft Wikipedia een lijst met meer kenmerken van de pragmatiek. Als pragmaticus doe ik geen moeite ze allemaal te begrijpen en te beoordelen. Ik geef er zodanig mijn eigen interpretatie aan, dat ze nuttig en bruikbaar zijn. De oorspronkelijke tekst van Wikipedia geef ik u hierbij cadeau. Als u ook maar een beetje pragmaticus bent, zult u er ook uw eigen interpretatie aan geven.
Waarheid is wat werkt
Het eerste kenmerk in de lijst is het volgende “Het pragmatisme is gericht op actie en verandering, het staat dan ook wantrouwend tegenover andere (gevestigde) rationele, morele of religieuze systemen. Waarheid is wat werkt !!”
Ik herken me hierin gedeeltelijk. Gevestigde systemen of opvattingen zijn voor mij ook niet heilig. Ik sta er echter niet op voorhand wantrouwend tegenover. Want er is geen systeem met een zekere acceptatiegraad, dat niet ook goede elementen bevat. En voor zover die elementen bruikbaar zijn voor mij, wijs ik ze zeker niet af. Nu ik erover nadenk, is Wikipedia eigenlijk niets voor mij. Het is de consensus van de opvattingen van een hele serie mensen. Per definitie is zoiets weinig bruikbaar. Echte ‘best practices’ overleven nooit in die consensus. Daar is namelijk altijd wel iemand op tegen. Er zijn niet voor niets meer dan honderd stromingen in de pragmatiek.
Ontbreken wetenschappelijk bewijs is niet relevant
Het tweede kenmerk uit de lijst volgens Wikipedia: “Het pragmatisme is anti-rationalistisch, het “…turns away from abstraction and insufficiency, from verbal solutions, from bad priori reasons, from fixed principles, closed systems, and pretended absolutes and origins … turns towards concreteness and adequacy, towards facts, towards action and towards power.” (William James)”.
Volledig herkenbaar. Onlangs keek ik naar Pauw en Witteman, waar Charly Aptroot (VVD) en Frank Visser (ambassadeur van Veilig Verkeer Nederland) discussieerden over de wenselijkheid van 130 km als maximumsnelheid. Aptroot was voor en Visser tegen. De discussie was echter typisch een discussie tussen een pragmaticus en een theoreticus, met elk hun eigen waarheid. Een hogere snelheid is logischerwijs gevaarlijker en leidt tot meer milieuschade. In de praktijk blijkt dit echter niet zo te zijn. Dat kan liggen aan andere factoren dan snelheid, bijvoorbeeld aan inmiddels verbeterde auto’s en wegen. So what, denk ik dan als pragmaticus. Prima wetgeving. Maar tegelijkertijd zo irrelevant. Ik stel immers mijn cruise control af op benzineverbruik van 7 liter per 100 km. Daarmee kan ik sowieso geen 130 km per uur rijden.
Het ontbreken van wetenschappelijk bewijs is voor mij ook niet relevant. Het gaat erom dat iets werkt. Tot mijn dertigste had ik veel last van bijholteontstekingen als ik verkouden was. Antibiotica hielpen niet. Toen werd ik getipt om Echinaforce te gaan gebruiken, een homeopathisch middel. En sinds ik dat doe (al bijna dertig jaar) heb ik nooit meer last gehad van bijholteontsteking. Dat wetenschappelijk niet aangetoond kan worden dat Echinaforce inderdaad werkt, interesseert me niet. Bij mij werkt het. En ik weet, dat er genoeg mensen zijn voor wie het waarschijnlijk niet werkt. Dat er een vereniging bestaat als de Vereniging tegen de Kwakzalverij, die het gebruik van dergelijke middelen sterk afraadt, vind ik zonde. Want voor mij hoeft die vereniging niet, en als belastingbetaler subsidieer ik die toch indirect.
Kennis is geen asset maar een grondstof
Als derde kenmerk wordt genoemd: “Sommige pragmatici (F. Gonseth) stellen de vraag naar de aard van de kennis anders: De vraag is niet ‘wat is kennis?’ maar ‘waar wordt kennis voor gebruikt?’”.
Het is niet voor niets, dat we een kennisbank beheren. Geen wetenschappelijk bewezen kennis, maar kennis die wij als nuttig en bruikbaar beschouwen of zelf zo hebben ervaren. Natuurlijk is dergelijke kennis niet in alle gevallen en voor iedereen ‘waar’. We achten echter onze lezers deskundig genoeg om te beoordelen wat voor hen bruikbaar en nuttig is.
Kennis is voor ons een grondstof die door de toepassing waarde krijgt. Dat schrijven we ook in ons bedrijfsprofiel. Maar deze waardevolle kennis is ook voor u weer een grondstof en krijgt voor u alleen waarde, als u haar nuttig vindt. En wij verdienen ons brood met het bruikbaar maken van die kennis voor anderen, in de vorm van coaching, cursussen en begeleiding.
Iets is alleen waar als het leidt tot de oplossing van een reëel probleem
Nogmaals Wikipedia: “John Dewey keert zich zowel tegen de correspondentie- als wel coherentietheorieën van ‘waarheid’. Waarheid is (net als ‘betekenis’ van begrippen) alleen maar gelegen in de methode van verificatie. Ware ideeën zijn niet transcendentaal of op een andere mysterieuze wijze aanwezig in de wereld.”
Als pragmaticus zou ik hier moeten zeggen, dat deze zinsnede voor mij totaal geen betekenis heeft en dat u zelf maar moet uitzoeken of u die kunt gebruiken. Maar misschien is dat nu net de betekenis van dit kenmerk. Vandaar ook het kopje dat ik boven dit kenmerk heb gezet. Maar dat is dan tevens het laatste wat ik hierover schrijf.
De kaart is niet het gebied
Als laatste kenmerk noemt Wikipedia: “Het object/subject-onderscheid dat bij filosofen of traditionele wetenschappers verwijst naar het individu (subject) dat vanuit zijn positie (een deel van) de werkelijkheid (het object) beschouwt als iets autonooms en als iets dat in eerste instantie onafhankelijk van hem is, verliest in de pragmatisch georiënteerde mens- en maatschappijwetenschappen alle betekenis.”
Na drie keer lezen denk ik dit te herkennen als één van de uitgangspunten van NLP, dat deels voor mij ook heel nuttig was. (Zie ook ‘NLP moet innoveren om te overleven ’.) Dat uitgangspunt is: “De kaart is niet het gebied”.
De werkelijkheid is niet gelijk aan het beeld dat wij ervan vormen. Selectieve waarneming, interpretatie, betekenisgeving, geheugenvorming, selectieve geheugentoegang en formulering werken bij elk individu op elkaar in, zodanig dat deze factoren een persoonsgebonden, onvolledige en niet geheel betrouwbare perceptie van de werkelijkheid veroorzaken. U en ik handelen, denken en voelen dus op basis van onze perceptie van de wereld, in plaats van op basis van de realiteit. U en ik kennen de werkelijkheid niet en moeten ons behelpen met wat we van die werkelijkheid hebben gemaakt. Verandering is daarom in de eerste plaats verandering van perceptie, betekenisgeving, verwoording enzovoorts. En de absolute waarheid bestaat al helemaal niet.
Gelijk hebben is dus niet moeilijk
Iedere pragmaticus weet dus dat gelijk hebben überhaupt niet bestaat. Dat gelijk hebben hooguit is gebaseerd op ons subjectieve beeld van de werkelijkheid. Wanneer een ander een vergelijkbare perceptie heeft van die werkelijkheid, en u zonder meer gelijk geeft, dan is dat toeval.
Wetenschappelijk aantonen, dat u gelijk heeft maakt op een pragmaticus geen enkele indruk. Macht of gezag gebruiken om anderen te overtuigen dat u gelijk heeft, wordt door een pragmaticus minachtend terzijde geschoven. De pragmaticus weet wel beter. Hij koestert zijn subjectieve beeld van de werkelijkheid onder het motto: “Dit beeld is goed en geldig tot we ons een beter beeld vormen”. Daarom zijn demagogen ook altijd pragmatici. Ze proberen niet te bewijzen dat ze gelijk hebben. Nee, ze proberen uw perceptie van de werkelijkheid zodanig te veranderen dat ze gelijk krijgen.
Natuurlijk doe ik dat ook. Ik ga niet bewijzen dat ik gelijk heb. Ik gebruik bronnen waarvan u denkt dat ze betrouwbaar zijn. Ik beschrijf probleemsituaties, die u herkent. En dan planten we het zaadje om uw kijk op de werkelijkheid te veranderen. Natuurlijk onzin want die objectieve werkelijkheid verandert niet, doordat uw subjectieve perceptie hierover verandert.
Maar ach, dé waarheid bestaat toch niet. En als pragmaticus weet ik, dat gelijk hebben nutteloos is; het gaat om gelijk krijgen. Dat is praktisch en bruikbaar, maar dat wist u al .
Bron:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Pragmatisch
Auteur: Wiebe Zijlstra | 2 mei 2012 | Copyright Wiebe Zijlstra
Gerelateerde artikelen:


Geniaal artikel Wiebe! Erg herkenbaar. Volgens mijn subjectieve beeld van de werkelijkheid heb je ehh sorry krijg je helemaal gelijk!