Wie verlost bedrijven van hun ICT-ers
Kleine jongens dromen ervan om coureur of piloot te worden. Beroepen waarmee je aanzien hebt in de luchtvaart en de autosport. In de ICT echter heet je als coureur of piloot maar (domme) gebruiker. En de jongens die in de luchtvaart of de autosport anoniem hun werk doen, in de fabriek of in de werkplaats, de ontwerpers of beheerders, heten in de ICT de echte ICT’ers. Wordt het niet tijd, dat deze ICT’ers teruggaan naar de plek, waar ze thuishoren? Teruggaan naar de werkplaats of de fabriek, waar ICT-middelen worden gemaakt en onderhouden. Ver weg van de organisaties die de piloten en coureurs in dienst hebben, die kunnen toveren met deze ICT-middelen en die minachtend nu nog vaak whizkids worden genoemd. Het zijn wel juist die Whizkids die er voor zorgen, dat de goede informatie op het goede moment in de goede vorm op de goede plaats is. Waar het dus op neer komt, is dat organisaties net zoals ze niet zelf hun eigen wagenpark bouwen en onderhouden, ook zelf hun ICT niet meer zouden moeten bouwen en onderhouden.
Jongeren willen piloot of coureur worden
Als niet iedere organisatie meer zelf zijn ICT bouwt en onderhoudt, dan is gelijk het probleem opgelost, dat steeds minder studenten informatica willen gaan studeren. Er zijn immers niet veel ICT’ers meer nodig, als organisaties zelf geen ICT’ers meer in dienst hoeven hebben. En om voor een organisatie op te treden als ICT-inkoper of demand-manager, hoef je ook geen informatica te hebben gestudeerd. Een studie bedrijfseconomie is dan meer op z’n plaats.
Maar waarom studeren eigenlijk steeds minder studenten informatica? Studenten anno nu zijn opgegroeid met ICT en web 2.0. ICT is er voor hen gewoon, net als auto’s en vliegtuigen. Zij willen ICT alleen maar op een slimme manier kunnen gebruiken. Met hun moderne mobiele media hebben ze vanaf de plek waar zij zich op dat moment bevinden steeds toegang tot alle moegelijke informatie. Dat is voor hen niet iets bijzonders. En de techniek mag hen niet in de steek laten, net als een auto of een vliegtuig dat niet mag. Als een auto het steeds laat afweten, doe je hem tegenwoordig weg om een betere te kopen. De tijd dat we met liefde knutselden aan ons weigerachtig vehikel, ligt ver achterons. Voor ICT is dat niet anders. Iedereen wil immers liever die coureur zijn of die piloot dan de monteur. Jongeren van nu vinden het daarom dan ook onzin om een academische studie te volgen om monteur te worden.
De claim dat ICT strategisch is voor organisaties, is hiermee tevens van tafel. ICT is misschien een onmisbaar bedrijfsmiddel geworden, maar dat is de koffieautomaat ook. En die kun je ook kopen in alle soorten en maten, afhankelijk van de behoeften en het beschikbare budget. Het feit dat wij ouderen opgegroeid zijn met een onvolwassen technologie en dus gewend zijn geraakt aan de noodzaak dat we als gebruiker vaak tevens monteur moesten zij, betekent niet dat we deze erfenis in stand moeten houden voor onze kinderen. Ja, vroeger moest een deelnemer aan de Tour de France zelf zijn band plakken, maar dat is nu toch ook niet meer aan de orde.
Ook oplossing voor niet echt bestaande problemen
Dus, de ICT‘ers terug naar de plaats waar ze horen. Tevens zijn we dan verlost van een heleboel andere niet bestaande problemen, die echter in stand gehouden worden door beroepsgroepen die bang zijn dat ook hun expertise overbodig zal blijken te zijn.
Neem alleen maar eens de discussie over cloud computing. Als bedrijven massaal overstappen op cloud computing en dus kiezen voor standaardisatie, dan betekent dit een gigantische besparing op ICT-kosten en op personeelskosten. (Zie ook ‘Cloud Computing verandert landschap voor ICT-bedrijven’.) Arbeidsmarktdeskundige Bert Landman voorspelt in het rapport ‘IT-Budget 2020′, dat in het komende decennium in Nederland zo’n dertigduizend voltijd-IT-arbeidsplaatsen zullen komen te vervallen als gevolg van de opmars van cloud computing. De werkgelegenheid in de Nederlandse IT-sector zal afnemen van 190.000 fte nu naar 161.000 fte in 2020, wat neerkomt op een krimp van 15 procent. “Er zullen 14.400 IT-banen verdwijnen bij allerhande eindgebruikershulpdiensten, 7200 banen in de handel en distributie doordat de inkoop door datacentra en gelieerde providers grootschaliger wordt en 4300 banen in applicatiediensten en 2500 in infrastructuurdiensten door efficiencyverbeteringen,” aldus Landman.
In de automatiseringsbranche zullen op termijn twee bewegingen plaatsvinden. Landman: “Enerzijds zullen de aanbieders van harde IT-infrastructuur consolideren tot een relatief kleine hoofdgroep van ‘datacenter location providers’, ‘datacenter operators’ en ‘managed hosting providers’ vanwege de schaalvoordelen die deze operaties met zich meebrengen. Daartegenover staat een gedifferentieerde groep van ‘cloud solution providers’, die bestaat uit grote public cloud solution providers zoals Google en Amazon enerzijds, en relatief kleine en lokale private cloud solution providers anderzijds”. Kortom, Landman voorziet inderdaad een trend, dat ICT volwassen wordt en geconcentreerd wordt in gespecialiseerde centra.
Lucas Stassen van branchevereniging ICT-Office herkent zich niet in Landmans voorspellingen. “Ondanks de opmars van cloud computing en de daarmee gepaard gaande efficiencyslagen, zal de vraag naar ICT’ers de komende tien jaar verder stijgen, doordat het belang van ICT in alle sectoren verder toeneemt.” Stassen houdt dan ook vast aan de eerder gedane voorspelling van een tekort van 8600 ICT’ers in 2015 bij langzaam economisch herstel en 16.000 bij een krachtig herstel. “Laten we alsjeblieft niet denken dat het allemaal goed komt. Die tekorten zullen er komen en de lage instroom bij de opleidingen gaat zeker voor problemen zorgen.”
Stassen gaat er dus niet vanuit, dat de ICT volwassen wordt. Van een medewerker van de branchevereniging is zo’n antwoord te verwachten. Het komt uiteraard de grote leden van de branchevereniging slecht uit dat de wereld en de positie van ICT totaal zullen veranderen. Veel ICT-dienstverleners moeten het immers hebben van de vele mensuren die ze voor klanten kunnen draaien.
Ook overheden en financiële instellingen zijn huiverig
Uit onderzoek van adviesbureau KPMG onder 125 Nederlandse bedrijven en overheidsinstellingen is gebleken dat cloud computing zich reeds een vaste plaats heeft verworven in de IT-wereld, maar dat overheden en financiële organisaties achterlopen bij de rest van het Nederlandse bedrijfsleven. Volgens Mike Chung van KPMG IT Advisory zijn deze sectoren afwachtend met dit model, vooral omdat het grote gevolgen kan hebben voor het beheerdersbestand, doordat het model nauwelijks interne beheertaken aan de kant van de afnemer behoeft. Uit het onderzoek bleek verder dat 80 % van de ondervraagden beveiliging van cloud computing aangeeft als het grootste struikelblok. Ook juridische uitdagingen en compliance-onderwerpen werden genoemd. Chung is van mening dat dit is te wijten aan het ontbreken van gestandaardiseerde richtlijnen. ‘Afnemende organisaties hebben veel minder controle over de mate van beveiliging in de cloud. Zij zijn voor het grootste deel afhankelijk van de maatregelen die de leverancier neemt en van welke informatie hij ontsluit.’
Ronald Paans, de goeroe van de Nederlandse IT-auditing, heeft ook zijn eigen mening over de cloud. Paans: “Totdat de juiste tools er zijn en auditors groen licht geven, is de cloud alleen maar een hype.”
Veel organisaties hebben echter ook momenteel hun beveiliging helemaal niet op orde. Ze beveiligen nog vanuit het ‘fort’-principe. Voor moderne dienstverleners is dat echter niet langer houdbaar, want het delen van informatie is hun core competence. In bovenstaande zienswijzen wordt hier echter geheel aan voorbij gegaan. Als je de vertrouwelijke data zelf beveiligt en je zorgt, dat de toegang tot die data gemonitord kan worden, dan ben je in de cloud al snel veiliger dan in de huidige situatie. Iedereen weet immers, dat juist interne medewerkers de grootste bedreiging voor dataverlies zijn. En die wil je niet eens buiten houden. (Zie ook ‘Preventie dataverlies (DLP) geeft een betere beveiliging’.)
ICT’er: coureur of piloot maar geen monteur
Er was een tijd, dat u zelf veel effort moest steken in een bedrijfsmiddel, als u dat middel wilde gebruiken. Dat dat nodig was, was tekenend voor de onvolwassenheid van dat bedrijfsmiddel. Maar denkt u eens aan de auto, het fototoestel, de catering in bedrijven, de energievoorziening of de klimaatbeheersing van nu. Tegenwoordig worden al deze middelen aangeboden in een breed assortiment van producten inclusief services, zodat ieder een passend bedrijfsmiddel kan kopen. Innovaties worden gedaan bij de toeleveranciers, opdat zij hun concurrentiepositie kunnen behouden. En als de leverancier hoge eisen stelt aan de klant, dan zoekt die klant wel een andere leverancier. Dat gaat ook voor de ICT gelden. Zolang echter de ICT-sector nog gedomineerd wordt door leveranciers en inkopers die groot geworden zijn met ICT als bijzonderheid, kan deze onvolwassen situatie blijven bestaan.
Het denken in ICT-systemen is niet meer spannend. U koopt een platform met de eigenschappen, waaraan u behoefte hebt. En de modules op dit platform kunt u dan naar behoefte invullen. (Zie bijvoorbeeld ‘Architectuur rondom ERP-software’.) Vervolgens maken de gebruikers het verschil met wat ze uit dit bedrijfsmiddel kunnen halen. Zij zijn de coureur en de piloot die mogen en moeten schitteren om zo de prestaties van het bedrijf te verbeteren voor de klanten en andere stakeholders van het bedrijf.
Misschien heeft u wat ondersteuning nodig bij de selectie van uw ‘racewagen’ of uw ‘vliegtuig’. Want wat een goede keuze is, is sterk afhankelijk van de klasse waarin u wilt uitkomen. Bovendien doet u zo’n selectie van een platform maar eens in de 10 jaar. Het is echter ondenkbaar dat een bedrijfsmiddel als ICT uw organisatie zou beperken in haar bedrijfsvoering. Dat is ook niet nodig.
Informatietechnologie is tenslotte niet meer dan het tijdig, op de goede plek in de goede vorm leveren van informatie aan een organisatie. Kortom, eigenlijk is informatietechnologie een logistiek vraagstuk. (Zie ook ‘ICT en functioneel beheer steeds meer logistieke processen’.)
