ZBC Kennisbank

Corporate governance geen kwestie van regelgeving maar van mentaliteit

Inhoudsopgave

  1. Tabaksblat begin van de reformatie?
  2. Is corporate governance volgens Tabakblat de goede weg?
  3. Onafhankelijk toezicht accountants
  4. De klant gaat simpel switchen
  5. Handelen organisaties integer door te focussen?

1. Tabaksblat begin van de reformatie?

Elke hervorming die een probleem oplost, creëert ook weer een nieuw probleem. Toen Maarten Luther in 1517 zijn stellingen publiceerde tegen de corrupte handel in aflaten en daarmee onbedoeld de geboorte van de protestantse kerk inluidde, gaf hij ook de aanzet tot een reeks schisma’s en afsplitsingen die tot vandaag zouden voortduren.
De Reformatie in het ondernemingsbestuur verloopt volgens hetzelfde patroon. ‘Sarbanes-Oxley’ en ‘Tabaksblat’, de Wittenbergse stellingen van de moderne markteconomie, waren een reactie op de grote boekhoudschandalen van deze eeuw. Ze hebben corrumperende bonus- en optieregelingen aan banden gelegd, ze bepalen hoe lang een bestuurder mag blijven en ze verbinden sancties aan valse voorlichting. De regels waren nogal rigide, want ze kwamen voort uit een traumatische ervaring. (Zie ‘Corporate governance Tabaksblat: hemel of hel?‘.) Maar na de gewenning is een debat ontstaan dat veel verder gaat dan regels en sancties. Corporate governance is niet meer de regeling van bonussen, het is het fundamentele principe van de rollenscheiding, van aansprakelijkheid, van onafhankelijkheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Kortom, het gaat nu over de ordening van onze maatschappij.
Het debat is daardoor ook niet meer voorbehouden aan de commissaris in zijn besloten synode. Alle parochianen praten mee. Dat is prachtig, want daarmee groeit de betrokkenheid van mensen bij hun eigen economische en sociale milieu.

2. Is corporate governance volgens Tabakblat de goede weg?

Philip Wallage, een accountant van het kantoor KPMG, vindt dat we op de verkeerde weg zijn. Corporate governance is in zijn ogen verworden tot een monster van regels en voorschriften, een korset, zo knellend dat ondernemers zich blind staren op meetbare controlesystemen. (Zie ook ‘Regelzucht dodelijk voor ondernemerschap’.) Dat leidt tot niets, zo schrijft hij op de opiniepagina van Het Financieele Dagblad. Ondernemers raken verlamd, terwijl het aan fraudebestrijding weinig bijdraagt. Daarom pleit hij voor een ‘zachte’ benadering van corporate governance: niet regels opleggen, maar een cultuur kweken waarin integriteit vanzelf spreekt; niet straffen uitdelen, maar belonen.
De klacht is vaker geuit: het keurslijf van regels legt de ondernemersgeest aan banden. De vorige VNO-voorzitter Jacques Schraven liet geen gelegenheid onbenut om dit punt te scoren. Maar deze keer komt het van een accountant. En niet de eerste de beste. Philip Wallage was lid van de commissie-Peters, die in de jaren negentig voorstellen deed voor betere corporate governance.
De boodschap gaat voorbij aan de kern van corporate governance. Maar dat is het punt niet. Het punt is de boodschapper.

3. Onafhankelijk toezicht accountants

Als de discussie over corporate governance één inzicht heeft opgeleverd, dan is het dat de economische rechtsstaat alleen functioneert bij onafhankelijk toezicht. De accountant is de notaris van het bedrijfsleven, de onafhankelijke keurmeester die zijn lakzegel op een jaarrekening zet. Uit naam van allen oordeelt hij over de feiten die een ondernemer presenteert.

Waarom kruipt de accountant dan op de schoot van diezelfde ondernemer? Wat kan het hem schelen of een ondernemer lekker in zijn vel zit? De accountant moet controleren en daarna wegwezen, op naar de volgende controle. (Zie ook ‘Code-Tabaksblat zegen voor interne auditor en accountant’.)
Deze scheiding van rollen wordt steeds belangrijker. Want dienstverleners moeten zichzelf zien te handhaven in een agressieve commerciële omgeving. Klanten stemmen tegenwoordig met de voeten, of het nu gaat om een jaarrekeningcontrole, een juridisch advies of een telefoonabonnement: bevalt de service ons niet meer, dan gaan we naar de concurrent.

4. De klant gaat simpel switchen

De overheid moedigt deze mentaliteit van switchen en shoppen zelfs aan. Het kabinet-Balkenende beschouwt de nieuwe basisverzekering pas als geslaagd, wanneer een flink aantal consumenten wisselt van verzekeraar.
Dit is niet alleen een uiting van de tijdgeest. Sinds het begin van de huidige recessie laat niemand een kans op besparing voorbijgaan. Accountants en advocaten die al vijftig jaar dezelfde klant bedienen, worden nu beleefd uitgenodigd om in de rij te staan en te bewijzen dat ze goedkoper en beter zijn dan de concurrent.
De bijwerking van deze nieuwe zakelijkheid is duidelijk zichtbaar. De grote dienstverleners zelf stemmen even rigoureus met hun voeten. Ze zoeken de markten, de klanten en de rechtsgebieden die de meeste omzet beloven. Ze moeten wel, vinden deze kantoren, want anders stellen ze hun eigen continuïteit in de waagschaal. Klanten of markten die niet in het businessmodel passen, laten ze links liggen.

5. Handelen organisaties integer door te focussen?

De voortgaande discussie over corporate governance is het contragewicht in deze cultuur van switchen en shoppen. Die cultuur stelt ons denken over principes zwaar op de proef. Maar het debat is niet meer terug te draaien. Al zou de kerk de Wittenbergse stellingen kunnen verbranden, de Reformatie is al begonnen.

Uiteindelijk is de klant beter af, als organisaties sectoren die ze niet kunnen bedienen ook niet willen bedienen. Daar wordt zowel de klant als de leverancier beter van. De norm hierbij is niet wat de klant oplevert aan de leverancier, maar wat de leverancier de klant te bieden heeft. Veel organisaties missen echter het lef om zelf hun verantwoordelijkheid te nemen en laten zich inpakken door reputaties om zichzelf in te dekken. (Zie ook ‘Inkoopstrategie overheid en grote bedrijven remt herstel werkgelegenheid in Nederland?‘.)
Helaas is de juiste mentaliteit bij grotere dienstverleners vaak ver te zoeken; niet de klant of de eigen competenties en integriteit zijn bepalend, maar de winst. Als de klant hier ook van profiteert, is dit mooi meegenomen. Daarom vormt Tabaksblat voor het MKB een kans. Het MKB heeft al lang geleerd te focussen en weet dat klanttevredenheid de basis is voor continuïteit. (Zie ‘Corporate governance in het MKB‘.) Nu moeten alleen de klanten nog het lef gaan hebben voor hun eigen belang op te komen. Ze moeten zich niet langer blijven verstoppen achter een reputatie in de markt, maar kiezen voor een leverancier die de beste prijs/prestatie kan leveren.

Delen van dit artikel zijn overgenomen uit:
Jan Fred van Wijnen, ‘Reformatie’. In: Het Financieele Dagblad. 4 oktober 2005.
  • Download:

Auteur: Wiebe Zijlstra | 30 november 2005 | Copyright Wiebe Zijlstra

Be Sociable, Share!

Gerelateerde artikelen:

  1. Code-Tabaksblat zegen voor interne auditor en accountant
  2. Business Continuity of plan bedrijfscontinuïteit: Doe effe normaal

Geef een reactie

Je moet inloggen om een reactie te kunnen plaatsen.