Waardecreatie belangrijker dan geld en macht

Onze nieuwjaarsboodschap voor 2008

Inhoudsopgave

  1. Geld en macht hot item in 2007
  2. De dubieuze rol van de pers
  3. De burger laat zich niet foppen
  4. Telt Europa niet meer mee in de wereld?
  5. De vijf belangrijkste concurrentievoordelen
  6. Ook wat we niet kunnen meten, bestaat

1. Geld en macht hot item in 2007

Nog nooit waren geld en macht zo prominent in het nieuws als in 2007. Belangrijkste oorzaak daarvoor was de aandacht die met name de politiek ervoor vroeg. Zo hadden we te maken met een kabinet dat beleid en doelstellingen 1-op-1 doorvertaalt naar geld, geld voor nieuwe maatregelen, dat door doelgroepen in de samenleving opgebracht moet worden. Voor sociaal beleid, voor zorg en voor noemt u maar op is geld de norm geworden. Door te sturen op boete en beloning zou in de optiek van het kabinet de kwaliteit vanzelf komen. En dan was er een Tweede Kamer die volstrekt machteloos gemaakt werd door een dichtgetimmerd regeerakkoord. Ieder dualisme werd daarmee bij het grof vuil gezet, zodat onze volksvertegenwoordigers weinig meer overbleef dan woordspelletjes te spelen. Onder zulke omstandigheden blijkt haat geweldig te scoren in de pers, zoals Wilders en consorten iedere week weer wisten te bewijzen.
Haat bleek ook een probaat middel te zijn om meer geld voor achterstandswijken los te krijgen. De schitterende ideeën echter waarmee speciaal daarvoor in het leven geroepen denktanks kwamen, werden door serieuze achterstandsjongeren schouderophalend afgedaan als onzin; de jongeren hebben liever goed onderwijs en een betere ondersteuning om aan werk te komen. Maar goed onderwijs en een betere ondersteuning scoren niet in de pers, en dus gaat het geld daar in elk geval niet naartoe.

2. De dubieuze rol van de pers

De rol van de pers in dit geheel is een dubieuze. Met het oog op kijkcijfers en oplagen moet er gescoord worden. Het scoort niet als je laat zien dat het deze week een half procent beter gaat dan vorige week. Dus wordt uit al het nieuws steeds weer dat halve procent gepikt dat emoties oproept en redelijk sensationeel is. Dat er zo vaak allerminst een getrouw beeld van de werkelijkheid ontstaat, schijnt niet belangrijk te zijn.
De politiek weet dit en zorgt voor het soort nieuws dat de pers graag wil. Daarmee krijgen politici de aandacht die nodig is om beter te scoren bij de volgende verkiezingen. Een consistent beleid draagt niet bij aan het realiseren van dit hoogste doel.
We lijken met elkaar in een schijnwereld te leven, die door deze behoefte aan aandacht wordt gecreëerd en in stand gehouden.

3. De burger laat zich niet foppen

Het was dan ook een verademing, dat eind 2007 uit een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau bleek, dat 80% van de Nederlanders zich gelukkig voelt. Deze Nederlanders zien dat het goed gaat met onze economie. Zij zien niet alleen geld en haat, maar ook immaterieel geluk.
Toen echter Paul Schnabel, directeur van het SCP, op basis van deze cijfers in een interview in Trouw opriep om met elkaar eens wat optimistischer te zijn, werd hij overladen met negatieve reacties en haatmails. En dat haalde uiteraard onmiddellijk het nieuws.
Ik wil me echter graag aansluiten bij Paul Schnabel. Laten we niet alleen gaan voor het slechte, maar ook voor het goede nieuws! Daarom onderstaand een citaat uit een artikel van Donald Kalff, dat op 27 oktober 2007 werd gepubliceerd in Het Financieele Dagblad. Donald Kalff is ondernemer, durfkapitalist en publicist en schreef ‘Onafhankelijkheid voor Europa, het einde van het Amerikaanse ondernemingsmodel’. Juist nu ook Europa gebukt gaat onder een golf van negatieve emoties, geef ik graag dit positieve geluid mee als inspiratie voor 2008. Zo slecht gaat het niet. Waardecreatie is nog altijd belangrijker dan steeds maar meer geld of alleen een grote mond.

4. Telt Europa niet meer mee in de wereld?

Nog maar al te vaak wordt aangenomen dat Europa als economische entiteit minder concurrerend is dan de VS; niets is minder waar. Investeringen van buiten Europa in Europese ondernemingen groeien sterk. Amerikaanse investeerders steken meer geld in Belgische dan in Chinese bedrijven.
Europese ondernemingen weten hun posities uit te bouwen, ondanks de aanzienlijke voordelen die Amerikaanse concurrenten op hun thuismarkt genieten. Enkele van die voordelen zijn: één taal, één rechtsstelsel, ’s werelds meest geavanceerde ICT- en financiële dienstverlening, hoge uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling, een overvloed aan durfkapitaal, een flexibele arbeidsmarkt en een breed gesteund overheidsbeleid gericht op economische groei ten koste van sociale cohesie. Om maar te zwijgen van de volledig geïntegreerde markten voor producten en diensten.
Tegelijkertijd hebben Europese ondernemingen te kampen met aanzienlijke concurrentienadelen die voor een deel het spiegelbeeld vormen van de Amerikaanse voordelen. Europa is opgezadeld met 27 verschillende rechts- en belastingstelsels, bijna evenveel verschillende talen, grote verschillen in nationaal economisch, sociaal en fiscaal beleid, vele verschillende vormen van lokaal en regionaal bestuur en uiteenlopende visies op marktwerking en milieubescherming.
Daarenboven opereren Europese ondernemingen op een sterk gefragmenteerde thuismarkt met alle gevolgen van dien voor omzetgroei en de kosten per eenheid product. Ten slotte blijft, waar alle nationale economieën zijn geëvolueerd tot diensteneconomieën, de export van diensten binnen de EU ver achter.
Gezien de goede prestaties van Europese ondernemingen ondanks de genoemde concurrentienadelen moet er tegelijkertijd sprake zijn van grote, maar blijkbaar nog niet eerder als zodanig onderkende concurrentievoordelen.
Identificatie van die voordelen biedt ondernemingen en overheden interessante aanknopingspunten voor verdere verbeteringen. De aloude zakenwijsheid doet opgeld dat het vaak efficiënter en effectiever is een voorsprong uit te bouwen dan een achterstand in te lopen. Hetzelfde geldt voor Europese beleidsvorming: de agenda zou moeten worden uitgebreid met de verdediging en versterking van Europa’s strategische economische voordelen. Stappen in deze richting zullen veel minder politieke en sociale weerstand oproepen dan bijvoorbeeld pogingen arbeidsmarkten verder te liberaliseren. Omdat dit echter niet spectaculair is, dreigt dit issue onder te sneeuwen door incidentpolitiek.

5. De vijf belangrijkste concurrentievoordelen

Stuk voor stuk zijn deze voordelen vooral waardevol. Ze vertegenwoordigen een subtieler spel dan de Amerikaanse modellen , die allen gebaseerd zijn op geld en niet op waardecreatie.

5.1 Een verscheidenheid aan ondernemingsmodellen

Op dit moment hanteren alle beursgenoteerde ondernemingen, zowel in de VS als in Europa, het in hoge mate gestandaardiseerde aandeelhoudersmodel. Dit model kent echter grote tekortkomingen in toezicht, bestuur, organisatie, beoordeling en beloning, die inherent zijn aan het model. Gelukkig is de grote meerderheid van Europese ondernemingen niet beursgenoteerd is en kan zich daardoor onttrekken aan het keurslijf van het aandeelhoudersmodel.
Europa kent een grote verscheidenheid aan ondernemingen, van coöperaties tot zelfstandigen zonder personeel en van staatsbedrijven tot door families bestuurde multinationale ondernemingen, elk met vele nationale en regionale variaties. Belangrijker is dat in Europa, beter dan elders, een ondernemingsmodel op maat gesneden kan worden, afhankelijk van de eisen die de voor de onderneming relevante markt stelt, de aard van het productieproces en de gerechtvaardigde verlangens van experts en andere medewerkers.
Deze flexibiliteit vertegenwoordigt een groot economisch voordeel, vooral ook omdat het groeiende bedrijven in staat stelt de structuur aan te passen aan de eisen die verschillende stadia van ontwikkeling met zich meebrengen. Mede daardoor zijn de afgelopen jaren in Europa, ook in landen waar het tempo van sociale hervormingen laag lag, met name in Duitsland en Frankrijk, niet-beursgenoteerde ondernemingen zeer veerkrachtig gebleken.

5.2 Onderscheiden bronnen voor financiering van de onderneming

Europese bedrijven financieren hun investeringen slechts voor 25 procent met aandelenkapitaal. De overige 75 procent komt uit andere bronnen. In de VS liggen deze percentages precies omgekeerd. In Europa spelen intern gegenereerde kasstromen een grote rol, wat de onafhankelijkheid van de onderneming bevordert.
Beurskoersen worden enerzijds bepaald door irrationele en slecht geïnformeerde individuele aandeelhouders en anderzijds door professionele partijen die zich laten leiden door de winst per aandeel, waarvan ten onrechte wordt verondersteld dat een consistente stijging een positief effect heeft op de koers van het aandeel. Hoe minder een onderneming afhankelijk is van de beurs, des te geringer is de druk om door inkoop van aandelen, kostenbesparingen en overnames (om meer kosten te besparen), de koers-winstverhouding binnen de (beperkte) looptijd van de managementcontracten op te voeren. Tegelijkertijd neemt de flexibiliteit toe om te investeren in groei door uitbouw van commerciële organisaties, door productiecapaciteit toe te voegen en door samenwerkingsverbanden aan te gaan.
Vanzelfsprekend hebben expanderende Europese ondernemingen ook behoefte aan leningen en risicodragend kapitaal. De grote rol die Europese banken traditioneel spelen blijft hierbij waardevol. Verder wordt de rol van participatiemaatschappijen belangrijker. Het lijdt geen twijfel dat de vergaande liberalisatie van Europese kapitaalmarkten en bancaire dienstverlening de financieringsmogelijkheden van Europese ondernemingen zal verruimen.
Dit alles speelt zich af tegen de achtergrond van de introductie van de euro waardoor financieringslasten, dankzij de lagere rente op de kapitaal markten, structureel zijn gedaald.

5.3 Lage transactiekosten in een netwerkeconomie

In de VS is partijen alles toegestaan wat niet expliciet bij wet of contract is uitgesloten. Deze premisse, verankerd in de Amerikaanse cultuur en wetgeving, creëert een ondernemingsklimaat waarin antagonisme de drijvende kracht is. Het verwerven van macht en zeggenschap is van het grootste belang. Ondernemen door samenwerking wordt gezien als een riskante tweederangs aanpak. Conflicten worden relatief vaak door procederen beslecht, waarvan de aanzienlijke kosten de laatste jaren alleen maar zijn gestegen, mede door de zogenaamde ‘punitive damages’. De zoektocht naar relevante jurisprudentie komt nooit ten einde en er is een breed scala van beroepsgronden en beroepsmogelijkheden waardoor rechtszaken vele jaren vergen.
Wat dit alles kost aan tijd en aandacht van management is moeilijk te schatten, maar zal een veelvoud van de directe kosten belopen. De grootste schadepost bestaat echter uit de gemiste kansen om economische waarde te creëren: managers en aandeelhouders worden risicomijdend en gaan voorbij aan interessante groeimogelijkheden uit vrees op juridische gronden aangesproken te worden.
In Europa zijn transactiekosten relatief laag. Partijen handelen doorgaans in het besef dat wederzijds vertrouwen is vereist om resultaat te boeken. Redelijkheid, billijkheid en handelen in goed vertrouwen zijn nog steeds hoekstenen in het economisch verkeer. De Romaans/ Duitse rechtssystemen op het vaste land van Europa bieden partners flexibiliteit en bescherming. Zo is bijvoorbeeld de relatief sterke rechtspositie van de zwakste contractpartij cruciaal in een economie waarin grote bedrijven in toenemende mate met kleine innovatieve ondernemingen samenwerken. Als in het geval van een conflict het contract geen uitsluitsel geeft, zal een rechter een uitspraak doen met inachtneming van de oorspronkelijke intenties van de partners en van de wederzijdse verplichting om de belangen van de andere partij niet nodeloos te schaden.

5.4 Een basis voor open innovatie

In de Angelsaksische wereld wordt de nadruk gelegd op patentbescherming als voorwaarde voor investeringen in onderzoek en ontwikkeling. De onderliggende gedachte is dat alleen de kans op jarenlange exploitatie van monopolies ondernemingen ertoe kan bewegen geld van aandeelhouders te besteden aan onderzoek.
Het patentsysteem wordt dagelijks op allerlei wijzen misbruikt. Het juridische steekspel rond opportunistische duidingen van de sleuteltermen ‘nieuw’, ‘niet triviaal’ en ‘toepasbaar’ staat centraal . De claims in de patentaanvragen worden veel te ruim geformuleerd ter afschrikking van de concurrentie. Veel onderzoek is gericht op het omzeilen van bestaande patenten. In toenemende mate wordt het systeem ondergraven door bedrijven die patentportefeuilles van failliete bedrijven opkopen om vervolgens op dubieuze gronden gerelateerde patenten van succesvolle bedrijven aan te vechten en zo afkoopsommen af te dwingen.
De kosten van dit misbruik zijn aanzienlijk. Nog van een andere orde is de schade die wordt veroorzaakt doordat onderzoek dat veel economische waarde zou kunnen generen niet wordt ondernomen, of wordt afgebroken, als blijkt dat de resultaten niet juridisch kunnen worden beschermd.
De oorspronkelijke (en veel belangrijkere) functie van het patentsysteem is toegang verschaffen tot wat de wereld heeft geleerd en die kennis tegen een redelijke vergoeding beschikbaar stellen. Het aantal licentieovereenkomsten dat jaar na jaar wordt gesloten, vormt de maat voor succes. In de biotechnologie bijvoorbeeld kan geen enkele vooruitgang worden geboekt zonder een scala van technologieën, procedures en producten die eerder door universitaire groepen en bedrijven zijn ontwikkeld.
De vraag is hoe de vier miljoen wereldwijd geregistreerde patenten (en de achthonderdduizend aanvragen die er elk jaar bij komen) beter benut kunnen worden. Europa is uitstekend gepositioneerd om het patentensysteem tot hoeksteen van een op open innovatie gebaseerd economisch beleid te maken.
In de eerste plaats zijn Europese onderzoekers productief. Ondanks lagere uitgaven voor R&D dienen Europese bedrijven meer patentaanvragen in Japan en de VS in dan omgekeerd. Handel in intellectueel eigendom staat nog in de kinderschoenen en biedt Europa aanzienlijke kansen. Het feit dat Europa geen patenten toekent aan software en aan werkwijzen vormt een aanzienlijke prikkel om vindingen op deze terreinen zo snel mogelijk door een zo breed mogelijke verspreiding te gelde te maken. Verder leveren de vestigingen van het Europees patentbureau werk van hoge kwaliteit en kan Europa bogen op een superieure ICT-infrastructuur die verspreiding van inzichten en vindingen sterk vergemakkelijkt.

5.5 Thuishaven van ’s werelds grootste ondernemingen

Grote ondernemingen spelen een cruciale rol bij de omzetting van innovatie in economische groei. Ze hebben veruit de meeste patenten, ontwerpen en merken in handen. Ze beschikken over indrukwekkende hoeveelheden kasgeld. Ze zijn meesters in marketing en ze beheersen de verkoop- en distributiekanalen. Ze hebben de noodzakelijke ervaring in het creëren en besturen van netwerken van bedrijven en instituties. Grote ondernemingen domineren de wereldhandel en bepalen in hoge mate de overdracht van technologie. Ze zijn, ten slotte, de partners van overheden en toezichthouders bij de ontwikkeling van regulering.
Het aandeelhoudersmodel remt innovatie en groei op tal van manieren. De competitie volgen is veiliger dan een eigen koers varen, met het risico op een voor een ieder zichtbare achterstand die de beurskoers negatief beïnvloedt. De klant is koning, maar machtige divisies zijn niet geïnteresseerd in de klant van de toekomst. Financiële en operationele doelen staan centraal, beloning in de vorm van bonussen en opties houden medewerkers in het gareel. Het adagium luidt: alleen wat gemeten kan worden, wordt gedaan en dat is in geval van innovatie per definitie onmogelijk. Interne concurrentie, vaak gepresenteerd als middel om creativiteit te mobiliseren, stimuleert office politics. Wantrouwen is geboden waardoor de voor innovatie benodigde samenwerking wordt ondergraven.
Zestig van de honderd grootste ondernemingen ter wereld zijn gevestigd in Europa. De investeringen van die ondernemingen binnen Europa stijgen scherp en zijn nu tweemaal zo groot als de investeringen buiten Europa. Het economisch potentieel van Europa is bij lange na niet benut. Als gevolg hiervan neemt de wederzijdse afhankelijkheid van Europa en grote ondernemingen toe.
Voor de concurrentiepositie van Europa is het van het allergrootste belang dat deze ondernemingen deel blijven uitmaken van de Europese sociaal-economische structuur. Ze moeten worden gestimuleerd hun eigen, door ervaring gevormde wijze van ondernemen recht te doen. De grote, uitzonderlijk succesvolle, Europese familiebedrijven wijzen de weg.

6. Ook wat we niet kunnen meten, bestaat

De Amerikaanse modellen zijn volledig gebaseerd op meetbaarheid en op eigendom. Alles wat niet op de balans opgevoerd kan worden, bestaat niet. In dat denken heeft solidariteit geen waarde, is sociale cohesie onzin, zijn integratie en participatie weggegooid geld en wordt maatschappelijk verantwoord ondernemen pas belangrijk als het geld oplevert. Zonder geld, eigendom en publiciteit ook geen macht.
Gelukkig denken de meeste Europeanen daar anders over, handelen ze volgens die andere denkwijze en beseffen ze, dat juist daarin de kracht van Europa ligt.
Het gevaar wordt gevormd door de regelneven in Brussel en Den Haag, die denken dat alles gereguleerd moet worden en alles uitgedrukt moet worden in geld. Het is niet voor niets dat het vertrouwen in de politiek tot het nulpunt is gedaald. De politiek is bezig onze identiteit en onze kracht als Nederlander en Europeaan te verkwanselen en waar mogelijk uit te roeien,  met het journaille als trouwe, kritiekloze slippendragers.
Of die Nederlander of die Europeaan nu wel of niet bestaat, is volstrekt irrelevant. Er bestaan mensen met normen en waarden, die geloven dat er meer is dan 1 + 1 = 2, die niet alleen denken in ‘jij’ en ‘ik’ maar ook in ‘wij’.
Laten wij met elkaar blijven geloven, dat 1 + 1 = 3, want dat is juist, zolang je steeds weer waarde weet te creëren in alles wat je doet, zelfs al is die waarde niet direct in geld uit te drukken. Laten we daarvoor met elkaar gaan in 2008.

Download:  Download dit bestand als word  Download dit bestand als RTF  Print artikel  Email artikel

Auteur: Wiebe Zijlstra | 2 januari 2008 | Copyright ZBC
graphstats trackinggraph
Deel dit artikel via:
  • Deel dit artikel via Facebook
  • Google Bookmarks
  • Bookmark deze pagina
  • Deel dit artikel via Linkedin
  • Houd mij op de hoogte van nieuwe  artikelen via RSS
  • Deel dit artikel via Twitter

Reageer op dit artikel

U dient ingelogd te zijn om een reactie te plaatsen.

Als projecten mislopen geven projectmanagers vaak de opdrachtgever de schuld. In een 3-daagse training leert ZBC projectleiders juist de belangen van opdrachtgevers te behartigen. Dat is interessant

Bekijk resultaten

Loading ... Loading ...