Bedrijfsleven kan niet omgaan met innovatie
Innovatie is nodig om te anticiperen op de markt en om de concurrentiepositie te behouden of te verbeteren. Deze algemeenheid kennen we allemaal. Maar welke vorm van innovatie levert Nederlandse bedrijven eigenlijk het meeste op? Het blijkt dat technologische innovaties in Nederland niet renderen. Geen wonder dus, dat innovatie voor veel bedrijven geen ‘hot item’ is.
Uit onderzoek van de Erasmus Universiteit onder 11.000 bedrijven, dat onlangs in Rotterdam werd gepresenteerd, blijkt dat Nederlandse bedrijven steeds minder omzet halen uit nieuwe producten en diensten. Vergeleken met het jaar ervoor ontwikkelden bedrijven in 2010 vijf procent minder nieuw aanbod. Daardoor kwam er bijna 3% minder omzet uit nieuwe producten en diensten. Hoewel de Nederlandse economie het voor groei moet hebben van innovatie, is er in de afgelopen vijf jaar niet zo weinig aandacht voor innovatie geweest als op dit moment. Eén van de conclusies uit het onderzoek is, dat ook het innovatieprogramma van de overheid daar weinig verandering in zal brengen.
Investeren in R&D niet lonend
‘Veel bedrijven proberen hun concurrentiekracht te vergroten door investeringen in research en development’, zegt Henk Volberda, hoogleraar Strategisch Management en Ondernemingsbeleid aan de Erasmus Universiteit. ‘Bij het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (voorhen ministerie van EZ) kom ik dit ook tegen. Maar innovatie is meer dan technologie. Nederland heeft wel veel kennis en patenten in huis, maar weet dat niet voldoende te commercialiseren. ‘
De Erasmus Concurrentie en Innovatie Monitor toont volgens de hoogleraar aan dat Nederlandse bedrijven eerst moeten investeren in slimmer werken, flexibel organiseren en dynamisch leidinggeven. Die zogenaamde ’sociale innovaties’ leiden tot beduidend betere bedrijfsresultaten dan eenzijdige investeringen in R&D. Driekwart van het innovatiesucces is toe te schrijven aan sociale innovaties en het overige kwart aan technologische innovaties.
Een lichtpuntje is volgens de onderzoekers dat investeringen in sociale innovatie in 2010 forser (13%) zijn toegenomen dan in de jaren ervoor (5%). Bedrijven die investeren in sociale innovatie, scoren beter op innovatie(31% ) en productiviteit (21%) dan andere bedrijven. Ze boeken ook hogere bedrijfsresultaten. Ze investeren twee keer zo veel in R&D en weten het rendement op die bestedingen te verviervoudigen.
Kortetermijndenken frustreert innovatie
De reden waarom bedrijven zo weinig vernieuwen, is dat ze meer op prestaties op de korte termijn zijn gaan letten, meent Volberda. ‘Bedrijven hebben in de crisis gewerkt aan kostenreductie en productiviteitsverhoging. Dat is positief, maar de durf om anticyclisch te investeren ontbreekt nog. Dat komt doordat de aandeelhoudersoriëntatie sterk is toegenomen, al is dat door de kredietcrisis iets afgevlakt.’
De investeringen in innovatie zijn relatief laag in Nederland. Volgens de Lissabonagenda zou zowel de private als de publieke sector 1,5% van het bruto nationaal product in innovatie steken. In werkelijkheid stokt dat aandeel op de helft. Nederland blijft op het gebied van innovatie al jarenlang achter op de wereldwijde concurrentie-index van het World Economic Forum en moet genoegen nemen met een dertiende plaats. Volberda vindt dat zorgwekkend, omdat innovatie nodig is om de wereldwijde economische machtsverschuivingen goed te doorstaan. Investeringen in innovatie zijn bovendien nodig omdat Nederland erg kwetsbaar is gebleken voor saneringen van buitenlandse bedrijven en verplaatsing van onderzoekscentra naar goedkopere landen.
Sectoren die meer dan gemiddeld innoveren, zijn de ICT en zakelijke dienstverlening. Zeker in de ICT, waar bedrijven te maken hebben met snelle veranderingen, is men al jarenlang in staat slimmer te werken. De ene technologie ligt nog maar net in de winkel, en de volgende staat al weer voor de deur.
Achterblijvers in innovatie zijn de financiële sector en de bouwbedrijven. Deze sectoren werken ook weinig samen met andere ondernemingen en kennisinstellingen, terwijl ze zorgen voor een groot deel van de werkgelegenheid en de bruto toegevoegde waarde in Nederland. Daarom is de noodzaak om juist daar meer te innoveren groot.
Innovatie in de praktijk
In een aantal artikelen hebben we aandacht besteed aan Venrooy, een zeer innovatief bedrijf dat vooral ook heeft geïnvesteerd in sociale innovatie en zelfs was opgenomen in het programma voor groeiversnelling van het ministerie van EZ. Ondanks dat het bedrijf voldeed aan alle door Volberda genoemde punten, ging het toch failliet vanwege de instortende markt. (Zie ook ‘Lessen trekken uit een faillissement’.) De onderneming ging ten onder aan de korttermijn financiering en niet aan het gebrek aan toekomstperspectief.
Volberda geeft aan dat het innovatieprogramma van het ministerie van EL&I gedoemd is te mislukken. Bovendien typeert hij de financiële sector als een achterblijvertje, vanwege het gebrek aan samenwerking. Helaas is dat terecht. Het is de realiteit waarmee ondernemers hebben te maken. En zonder financiering nu is toekomstperspectief waardeloos. Als financier van een aantal grote financiële instellingen zou de overheid er goed aan doen zich te richten op het voorkomen hiervan. Natuurlijk scoren bonussen en Organon beter in de media, maar dat is alleen wapengekletter. Voor innovatieve en kansrijke bedrijven als Venrooy is het heel zuur, dat de overheid miljarden steekt in weinig innovatieve banken, miljoenen steekt in een uitzichtloos innovatieprogramma, maar dat zij hun deuren moeten sluiten voor een kortetermijn probleem van een paar ton.
Wanneer u kennis wilt maken met Will Robben van Venrooy die zijn kennis van en en ervaring met innovatie wil delen met collega-ondenemers, gaat u dan naar Will Robben turn around management om te kijken wat hij mogelijk voor u kan betekenen.
