Wiki opvolger van blog als social software
Inhoudsopgave
- Wikipedia nog maar het begin
- The knowledge machine
- Wikipedia is eindig
- Wiki’s zijn hot en snel, maar wie wil ze?
- Cultuurschok en vertrouwen
- Laagdrempelige social software
- De onzin van de wiki als social software
1. Wikipedia nog maar het begin
De blog is nog maar net populair aan het worden of de volgende generatie social software in de vorm de wiki staat al weer klaar als opvolger. Althans zo lijkt het. Maar is het ook werkelijk zo? Er zitten nog wel wat addertjes onder het gras.
Op de middelbare school had je woordenboekjes zo klein als een luciferdoosje. Handig voor het spieken. Het probleem was alleen dat dikwijls het gezochte woord er niet in stond. Omdat het te klein was. Van Dale laat zich niet voor niets ‘De Dikke’ noemen.
Daar staat alles in; hoe dikker hoe beter. En dus gaat Van Dale dood. Niet omdat hij zo dik is, maar omdat er steeds meer veel dikkeren zijn. Ze zijn te vinden op het internet. Het Instituut voor Nederlandse Lexicologie zet bijvoorbeeld vanaf januari 2007 het Woordenboek der Nederlandse Taal op het internet. Gratis, voor iedereen. Men beweert dat het het grootste woordenboek ter wereld is.
Nu is een woordenboek een relatief makkelijk ding. Net zoals een telefoonboek, een spoorwegboek, een postcodevinder, een plattegrond of een atlas. Allemaal lineaire bestanden waarvan de moeilijkheidsgraad wordt bepaald door de omvang en de actualiteit van de gegevens. Geen probleem voor het internet.
Het wordt nóg waardevoller als al die verschillende bestanden met elkaar in contact worden gebracht. Een lijst met koophuizen wordt gekoppeld aan de kaart van Nederland en die wordt aangesloten op het spoorboekje en de filemeldingen zodat je in één oogopslag kunt zien welke huizen binnen een halfuur reistijd van je nieuwe werkgever liggen. Als dit nog niet bestaat, zal het binnenkort bestaan. Het kan, dus het komt.
2. The knowledge machine
We zijn erin geslaagd om een wereldwijde machine te ontwikkelen die alles aan elkaar knoopt; het internet is die Machine. Kevin Kelly – hij schreef meer lezenswaardige dingen – constateert in een recent artikel in Wired dat we getuige zijn van een historische fase in de geschiedenis van de wereld; haar bewoners zijn in staat om alles met elkaar te associëren en te combineren. Het zetje dat we nog nodig hadden om dit te constateren werd geleverd door de Amish. De Amerikaanse geloofsgemeenschap moet niets hebben van technologie; geen auto’s, maar paard en wagen. Maar ze hebben wél websites waarop ze hun familiezaken aanprijzen, onder andere het lassen van barbecue-onderstellen. En in hun bibliotheek maken ze gebruik van Yahoo.
De Machine is een feit, en is er voor iedereen. Voor de Amish, voor alle seksen (meer vrouwen dan mannen) en voor alle leeftijden (gemiddelde leeftijd is inmiddels 41 jaar). De capaciteit van De Machine benadert het menselijk brein. Het grote verschil is dat het brein niet meer groeit, terwijl de capaciteit van De Machine iedere paar jaar verdubbelt.
Wordt De Machine inderdaad ooit zo mooi, complex en onvoorspelbaar als het brein? Inclusief intuïtie en voortschrijdend inzicht? Een heuristisch brein misschien; het is zo groot dat het weet dat het alle antwoorden in zich herbergt, maar ze moeten in verbinding worden gebracht met de goede vragen. Daar zijn honderden miljoenen mensen mee bezig, iedere dag weer sleutelen ze als een oneindig grote kolonie mieren aan de neuronen van De Machine.
Van woordenboek tot satellietfoto’s, van verkiezingsuitslag tot opinie, van de stelling van Fermat tot de kooi van Faraday en van Youtube tot Flickr, de mens heeft alles toevertrouwd aan De Machine. Het kan dan wel zijn dat Meneer van Dale op het antwoord wacht, De Machine wacht op de vraag.
3. Wikipedia is eindig
De online encyclopedie Wikipedia is momenteel enorm populair. En door deze populariteit groeit ook de belangstelling voor wiki’s: webpagina’s waarop iedere bezoeker mag meeschrijven
Zijn honderd amateurs samen dan wijzer dan één deskundige? Weet het volk meer dan de elite? In het internettijdperk zijn deze vragen weer actueel. En het antwoord erop is simpel: ‘ja’. Want niet alleen dat wat we kunnen bewijzen is waar. Ook kan omgekeerd dat wat we als waarheid poneren, niet waar zijn, of slechts in een beperkt aantal situaties waar zijn. Als je dus de vraag stelt, of Wikipedia betere informatie levert dan een encyclopedie, dan is het antwoord ’soms wel en soms niet’. Helaas weet je alleen niet wanneer het wel en wanneer het niet is.
Juist door internet kan collectieve intelligentie ontsloten worden. Dat stelt onder andere de Amerikaanse schrijver James Surowiecki in zijn boek Wisdom of crowds. Grote groepen zijn volgens hem gezamenlijk wijzer dan een enkele deskundige. Ze komen tot betere voorspellingen en schattingen, en ook zijn ze beter in staat problemen op te lossen en beslissingen te nemen, meent Surowiecki. Eén voorwaarde: de leden moeten onafhankelijk en gemotiveerd zijn, en de samenstelling van de groep divers. Zijn theorie komt op het volgende neer: Waar deskundigen, stel, 90 procent van een ingewikkelde puzzel kunnen oplossen, kan een amateur misschien maar één procent oplossen. Maar als er maar genoeg amateurs zijn en zij uit verscheidene kennisbronnen kunnen putten en zich bovendien niet door elkaar laten beïnvloeden, komen ze gezamenlijk boven die 90 procent uit.
Mogelijk dat Surowiecki de vrije encyclopedie Wikipedia voor ogen had bij het schrijven van zijn boek, want de online encyclopedie toont de waarde van grassroots-kennis aan, en daarmee de kracht van de virtuele massa. Iedereen met toegang tot internet kan werken aan eenzelfde encyclopedisch lemma. En wereldwijd zijn er massa’s aan liefhebbers die gezamenlijk hebben bijgedragen aan de encyclopedie die inmiddels ruim vier miljoen lemma’s herbergt.
4. Wiki’s zijn hot en snel, maar wie wil ze?
De technologie die ’s werelds intelligentie kan ontsluiten heet ‘wiki’. Wiki – Hawaïaans voor ’snel’ – is in 1995 bedacht door de Amerikaanse computerprogrammeur Ward Cunningham. Hij ontwierp een webpagina die gezamenlijk en heel gebruikersvriendelijk kan worden gewijzigd. Op de achtergrond wordt als vangnet elke wijziging bijgehouden, waardoor eventuele onjuistheden kunnen worden teruggedraaid. Ook is er bij elke wiki een virtuele vergaderruimte aanwezig waar discussies plaats kunnen vinden. Het is pas sinds het succes van de vrije encyclopedie Wikipedia dat de (internet)wereld de belofte van wiki’s lijkt in te zien.
En die belofte is groot. De toepassingsmogelijkheden voor wiki’s zijn legio. Zowel in het onderwijs, het bedrijfsleven als privé. Internet-communities zullen elkaar via wiki’s informeren – dat gebeurt nu al, vooral in verschillende game-communities. Samen een boek schrijven via een wiki is ook een optie. Schrijfster en internetdeskundige Karin Spaink doet dit bijvoorbeeld met haar geschiedenisboek over Hack-Tic en Xs4all. Op haar wiki (hacktic4all.wiki.xs4all.nl) legt ze uit waarom: ‘ Het (is) natuurlijk zonde om, als je een boek schrijft over de ontwikkeling van internet in Nederland, geen gebruik te maken van de rijke mogelijkheden die datzelfde internet biedt.’
5. Cultuurschok en vertrouwen
Toch zal het even wennen zijn, samenwerken met vreemden. ‘Mensen die voor het eerst over wiki’s horen zullen wellicht een cultuurshock ervaren’, zeggen de Duitse wetenschappers Anja Ebersbach, Markus Glaser en Richard Heigl in hun boek Wiki-web collaboration. ‘Iedereen kan langskomen en mijn tekst veranderen!’ horen ze vaak. Mensen gaan er volgens hen van uit dat de bijdragen van anderen hun eigen werk teniet zullen doen. ‘We zijn er gewoon niet aan gewend om de controle en verantwoordelijkheid uit handen te geven, zeker niet aan vreemden’, aldus de Duitsers. Een kwestie van vertrouwen dus.
De Wikipedia-oprichter zei daarover onlangs in NRC Handelsblad: ‘Bij Wikipedia gaan we uit van het goede in de mens, daarom is de structuur van de site ook zo open. In een restaurant zet je toch ook niet alle bezoekers in een kooi omdat ze met hun mes wel eens iemand neer kunnen steken? Waarom zijn veel websites dan wel zo ingericht?’
De virtuele wiki-wereld heeft veel weg van een gewone wereld. Veel idealen, maar ook vandalisme. Er zullen altijd wel internetbezoekers zijn die het doel van een wiki frustreren door er ongewenste teksten en afbeeldingen te plaatsen. Zoals toen bij Wikipedia de afbeelding van de paus vervangen werd door Darth Vader uit Star Wars.
Maar vandalisme of niet, het grote publiek heeft Wikipedia in de armen gesloten. En het lijkt erop dat wiki’s hetzelfde pad zullen volgen. In medialand wordt al druk geëxperimenteerd:
- VPRO’s 3voor12 heeft een wiki over de Nederlandse muziekgeschiedenis,
- NRC Handelsblad heeft ‘We the people’
- Internetprovider Xs4all biedt abonnees al standaard de mogelijkheid een wiki te beginnen.
Verder experimenteert een groep docenten, ondersteund door Kennisnet, met Wikikids, een kindervariant van Wikipedia. In het buitenland zijn sites als Wikihow.com populair. Op deze website kunnen bezoekers praktische ‘how to’ tips toevoegen en lezen.
6. Laagdrempelige social software
Wiki’s vallen in de categorie ’social software’, software waarbij mensen elkaar via internet ontmoeten, en, in het geval van wiki’s, samen over iets schrijven. Soms leidt dat tot nobele doelen. Zoals het doel van Wikipedia: vrije toegang tot alle menselijke kennis voor iedereen. Maar soms zijn het doodgewoon economische redenen om met wiki’s te beginnen. Wiki’s kunnen bijvoorbeeld een goed alternatief vormen voor dure contentmanagementsystemen. Ook projecten hoeven niet meer door eindeloze e-mailwisselingen tot communicatiestoornissen te leiden. Onderzoeksbureau Gartner verwacht dat in 2009 de helft van de bedrijven op een of andere manier met wiki’s bezig zullen zijn.
Nokia , Yahoo, Michelin , Kodak, Disney, Motorola en SAP werken al met wiki’s. De redenen om met wiki’s aan de slag te gaan lopen overigens uiteen: als intranet, voor informatie-uitwisseling tussen verschillende afdelingen, als kennismanagementtool en als projectmanagementgereedschap bij projecten waarbij leden op verschillende locaties werken.
Ook scholen zullen weldra gaan wikiën, verwacht Esther van der Linde , studieadviseur bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. ‘De technologie is heel laagdrempelig.’ Echter, op dit moment wordt de wiki, in tegenstelling tot de weblog, nog maar matig gebruikt, zegt ze. Het zijn vooral docenten die er niet mee uit de voeten kunnen, onbekend als ze zijn met nieuwe technologie in het algemeen. Het zijn meestal studenten die het initiatief nemen om een wiki te beginnen voor bijvoorbeeld het schrijven van een werkstuk.
Veel moeite hoeven ze niet te doen, want zelf een wiki opzetten kan in een handomdraai bij websites als Wetpaint.com, Socialtext.com, Jotspot.com of Pbwiki.com. Om die reden zou het gebruik van wiki’s in het onderwijs nog best wel eens explosief kunnen toenemen.
Een wiki lijkt bovendien socialer dan een weblog. Bij een wiki kan namelijk iedereen zijn virtuele steentje bijdragen, bij een weblog kunnen bezoekers hoogstens reageren op ‘posts’ – tenzij ze een eigen weblog beginnen. Wiki’s zijn daarmee geschikter voor communities en groepen die draaien op co-creatie. Maar of dat betekent dat de hele internetwereld over pakweg vijf jaar aan het wikiën is? De massa zal het zeggen.
7. De onzin van de wiki als social software
Het is maar sterk de vraag of wiki’s de rol van blogs gaan overnemen. Zo sociaal zijn wiki’s tenslotte niet. Een wiki komt tot consensus over een bepaald issue en juist andere invalshoeken en meningen worden vaak systematisch overschreven, zodat degenen met een eigen mening gefrustreerd dan wel afgestoten worden.
Als ik op Wikipedia zit, krijg ik vaak de neiging om hele items te herschrijven, omdat ik het radicaal oneens ben met het geschrevene. Dat is natuurlijk niet de bedoeling; ook de eerder ingelegde kennis kan waarde hebben voor mensen die tot een andere doelgroep behoren dan waartoe ik behoor. Ook op Hyves heb ik niets te zoeken. Zelfs mijn eigen kinderen hebben me al verwijderd uit hun adreslijst van vrienden. Niet omdat ze mij niet mogen, maar omdat ik Hyves toch niet snap.
Wikipedia zou een verschrikkelijk sterk medium kunnen zijn, waarin de verzamelde kennis van de mensheid wordt samengebald. Helaas is het in de praktijk weinig meer dan een speelplaats voor nerds, die graag platgetreden paden bewandelen en die op deze wijze continu worden bevestigd in wat ze al wisten.
Je kunt natuurlijk zeggen, dat dit tegemoet komt aan de behoefte van een social group, waar iedereen zichzelf kan zijn. Het riekt echter een beetje naar fundamentalisme; de meest geïnteresseerde partij zorgt er voortdurend voor dat de inhoud van een bepaald issue conform zijn opvattingen ‘zuiver’ blijft. Geef mij dan toch maar de blog, waar ik mijn mening kan geven, zonder dat iemand het hiermee eens hoeft te zijn, maar ook zonder dat iemand die mening kan overschrijven. Deze anarchie voelt in elk geval beter aan dan het absolutisme, waarbij als je een minderheid vormt, steeds weer je issues aanhangig moet maken.
Sociaal betekent in mijn optiek vooral je thuis voelen, met respect voor de mening van anderen. Is juist dat respect niet de reden dat je je thuis voelt in zo’n ’social netwerk’? Niet de gelijkheid vormt de waarde van het netwerk, maar de verschillen van mening. Anders kun je toch net zo goed thuis blijven om verder te lezen in je encyclopedie?
