ZBC Kennisbank

Business continuity los je niet op met preventie

Inhoudsopgave

  1. De positie van business continuity
  2. Strenge aanpak van uitstoot broeikasgas
  3. Willekeur in strijd tegen belastingfraude
  4. Fiscale druk op goede doelen
  5. Introduceer een ‘mandje’ als rekeneenheid
  6. Zorgstelsel ziek
  7. Wat betekent dit voor u?

1. De positie van business continuity

De factor bedrijfscontinuïteit wordt in de regelgeving voor corporate governance steeds belangrijker. Waar vroeger business continuity een onderdeel was van het veiligheidsbeleid, BHV-plannen en beveiligingsplannen, is het nu de vraag of het niet andersom moet zijn.
Het accent lag vroeger veel meer op wat te doen bij bijvoorbeeld brand, overstroming en dergelijke calamiteiten en was sterk ICT-gericht. Niet voor niets sprak men toen van calamiteitenplanning en was het proces ondergebracht bij de ICT-afdeling. Bedrijfscontinuïteit werd vaak gelijkgesteld aan de continuïteit van de informatievoorziening.
Op het eerste gezicht lijkt het hoopvol dat onder invloed van regelgeving zoals de code-Tabakblat en SOX meer aandacht gevraagd wordt voor business continuity en risico’s die de business continuity bedreigen. De regelgeving vormt echter zelf één van de belangrijkste bedreigingen voor de bedrijfscontinuïteit. Ook zeer reële bedreigingen als:

  • een pandemie,
  • de liberalisering van de energiemarkt voor de energie-intensieve industrie,
  • onzekerheid over wet- en regelgeving,
  • cybercrime en
  • terreuraanslagen

blijven nog buiten beschouwing. En vanzelfsprekend is ieder voorbeeld niet van toepassing op elk bedrijf en iedere branche. Maar de voorbeelden maken wel duidelijk dat regelgeving een ernstige bedreiging kan vormen voor bedrijfscontinuïteit.

2. Strenge aanpak van uitstoot broeikasgas

De Europese industrie heeft zo langzamerhand te maken gekregen met zware verplichtingen om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Het aantal bedrijfstakken dat zich moet houden aan uitstootnormen is groot. Onder meer bedrijven in de glastuinbouw, steen- en papierfabrieken, brouwerijen, voedingsproducenten, asfaltcentrales, constructiebedrijven en enkele ziekenhuizen, alsmede enkele grote uitstoters, zoals de naftakrakers van Dow Chemical en Shell zijn onlangs onder de Brusselse norm komen te vallen. Eén en ander is het gevolg van een gepubliceerde ‘aanwijzing’ van de Europese Commissie. Brussel kondigde hierin aan strenger te zullen gaan toezien op de naleving van het Kyoto-akkoord, dat landen verplicht om hun emissies van broeikasgassen terug te dringen.
Een bijzonder zware ingreep volgens Vyanney Schyns, klimaatexpert van DSM -dochter Utility Support Group. CO2, dat verantwoordelijk wordt gehouden voor de opwarming van de aarde, komt vrij bij de verbranding van fossiele brandstoffen als gas, olie en kolen. Beperking van de CO2-uitstoot dwingt bedrijven tot het zoeken naar alternatieven die meestal duurder zijn. Volgens ondernemersorganisatie VNO-NCW is het een ‘groeiend concurrentienadeel’ voor Europa. De EU is het enige handelsblok in de wereld dat beperkingen oplegt aan de CO2-uitstoot van de industrie. De Europese energieprijzen zijn, mede vanwege de CO2-kosten, tot recordhoogte gestegen.

3. Willekeur in strijd tegen belastingfraude

De fiscus en justitie zijn  harder gaan optreden tegen belastingfraude. Dat is natuurlijk mooi! Maar de speciale aandacht voor mensen met een maatschappelijke status zou kunnen leiden tot willekeur. En het vervolgingsbeleid valt achteraf nauwelijks meer te toetsen.
De ATV-richtlijn werd aangepast als gevolg van de maatschappelijke wens om de inzet van het strafrecht te concentreren op zaken die een maatschappelijk effect hebben. Het moet gaan om zaken waardoor de maatschappelijke rechtsorde ernstig is geschokt. De inzet van het fiscaal strafrecht zou een groter maatschappelijk effect hebben dan het opleggen van een bestuurlijke boete door de Belastingdienst.
Door de vage tekst van de ATV-richtlijnen echter hebben Belastingdienst en Openbaar Ministerie veel ruimte om het fiscale strafrecht in te zetten, dus om de FIOD op onderzoek uit te sturen. Politici, rechters, advocaten en vele anderen komen daardoor nu vaak ten onrechte in de schijnwerpers. En de besluitvorming van fiscus en OM is absoluut niet transparant te noemen.
Het opleggen van een fiscale boete door de belastinginspecteur komt over het algemeen niet in de publiciteit. De inspecteur is wettelijk verplicht tot geheimhouding. De inzet van het fiscale strafrecht daarentegen kan al snel een publieke aangelegenheid worden. Verdachte belastingplichtigen kunnen immers op een openbare terechtzitting van de strafrechter ter verantwoording worden geroepen. Iedereen kan dergelijke zittingen bijwonen. Dat is kennelijk het doel dat fiscus en justitie beogen.
De Belastingdienst en het OM kunnen met de richtlijn alle kanten op. Het valt nauwelijks te meten wanneer van de inzet van het fiscale strafrecht een maatschappelijk effect valt te verwachten. De richtlijn werkt in de hand dat alleen publicitair gevoelige zaken strafrechtelijk aan de kaak worden gesteld. Daarmee is een onevenwichtigheid in het vervolgingsbeleid van fiscus en OM geslopen. Er is ruimte voor de waan van de dag.
Verder is door de nieuwe richtlijn gebroken met de traditie dat het strafrecht bewaard dient te blijven voor de ernstigste gevallen van belastingfraude. Het fiscale strafrecht werd altijd gezien als sluitstuk in de handhavingsketen, als complement om ook te worden ingezet voor waarheidsvinding. Dus in gevallen waarin onderzoek van de fiscus nog onvoldoende bewijs heeft opgeleverd voor het opleggen van een fiscale boete.
De FIOD beschikt over ingrijpende bevoegdheden om onderzoek te doen. De dienst kan woningen en bedrijfsruimten doorzoeken, stukken in beslag nemen, verdachten en getuigen ondervragen. Daardoor staat de richtlijn op gespannen voet met jurisprudentie van de Hoge Raad, waaruit blijkt dat het inzetten van opsporingsbevoegdheden, louter voor fiscale controle, ongeoorloofd is.
De vaagheid in de richtlijnen biedt fiscus en OM ruimte voor een eigen vervolgingsbeleid, terwijl er minder ruimte lijkt om vervolgingsbeslissingen achteraf te toetsen. Transparantie van het handelen van Belastingdienst of OM is bepaald niet geborgd.
Deze vaagheid verhoogt het risico voor bestuurders van zowel profit als non-profit organisaties en leidt ertoe dat Nederlandse organisaties niet scherp aan de wind varen. De gevolgen voor de concurrentiepositie laten zich raden.

4. Fiscale druk op goede doelen

De goede doelen betalen over bepaalde bijdragen die ze van buitenlandse donateurs krijgen belasting naar de hoogste tariefgroep die de Successiewet kent.
De bedoeling was dat goede doelen over de donaties die ze ontvangen niet meer het eerder geldende, vaste percentage van 8 procent  hoeven te betalen. Alle verkrijgingen werden vrijgesteld. Althans, dat was de bedoeling. Er is bij de wijziging echter een heffing over het hoofd gezien. De Successiewet kent drie heffingen: successierecht, schenkingsrecht en recht van overgang. De eerste twee zijn overbekend. Voor goede doelen betekent dit dat zij belasting betalen over wat zij erven of geschonken krijgen van iemand die op het moment van overlijden of schenken in Nederland woonde. De derde heffing, het recht van overgang, belast de verkrijging van binnenlandse bezittingen – onroerende zaken of aandelen in Nederlandse ondernemingen – als de erflater of schenker ten tijde van de schenking of het overlijden niet in Nederland woonde.
Wat gebeurt er nu als een buitenlandse donateur bijvoorbeeld de Cruyff Foundation de grond voor een trapveldje schenkt? Het door de stichting te betalen recht van overgang bedroeg eerder 8 procent van de totale waarde. Nu is die verkrijging niet vrijgesteld, de gewraakte 8 procent is niet verschuldigd, maar het ‘derdentarief’, dat kan oplopen tot wel 68 procent.

5. Introduceer een ‘mandje’ als rekeneenheid

Mensen ondernemen veelal geen stappen om zich te beschermen tegen deflatie en inflatie. Hier moet dus de overheid het voortouw nemen. Met bijvoorbeeld geïndexeerde rekeneenheden, zoals de Chileense overheid dat deed.
In de hele wereld lijden mensen aan een ernstige vorm van gezichtsbedrog, die hen ervan weerhoudt concrete stappen te nemen om zich te beschermen tegen inflatie of deflatie. Dat gezichtsbedrog heet monetaire illusie: het geloof dat een nominale munteenheid de beste maatstaf is voor de waarde van iets, hoewel de werkelijke waarde instabiel is.
Historisch gezien heeft een falende bescherming tegen inflatie of deflatie zo nu en dan tot catastrofale gevolgen geleid. Toen Duitsland in 1923 getroffen werd door een spectaculaire inflatie, werd de werkelijke waarde tenietgedaan van de – ongedekte en niet-geïndexeerde – spaar- en pensioentegoeden van miljoenen mensen. Hun woede droeg bij aan de opkomst van het nazisme.
De spectaculaire deflatie die begin jaren dertig in vele landen de kop opstak, verhoogde op soortgelijke wijze de reële waarde van hun – ongedekte en niet-geïndexeerde – schulden. Miljoenen faillissementen en wijdverspreide banksluitingen volgden. De deflatie verhoogde ook de reële waarde van lonen en salarissen, waardoor het ontslagen regende en de werkloosheid hand over hand toenam.
Het gebrek aan dekking en indexering heeft ons de grote depressie gebracht. Een groot deel van de economische malaise van de afgelopen jaren in Japan is eveneens de weerspiegeling van – ongedekte en niet-geïndexeerde – schulden die sinds 1999 door de deflatie zijn toegenomen.
Enkele jaren geleden riep een IMF-studie het spookbeeld op van soortgelijke – Japanse – problemen over de hele wereld. Dertien landen, waaronder China, Duitsland, Singapore en Polen, werden genoemd als landen met een gematigd tot hoog risico op deflatie. Toch hebben de meeste mensen nog steeds geen stappen ondernomen om zichzelf afdoende te beschermen.
Dit falen kan alleen worden verklaard uit hoofde van de monetaire illusie. Deze kan zich voordoen, omdat we eraan gewend zijn dat economische waarden bijna altijd in termen van geld worden gevangen.
Nationale overheden zouden een paar eenvoudige stappen moeten zetten om economische grootheden in andere termen te benoemen en het publiek aldus te helpen de monetaire illusie te overwinnen. Zo zou bijvoorbeeld een geïndexeerde rekeneenheid in het leven geroepen kunnen worden, ter vervanging van de nationale munt bij het meten van economische hoeveelheden en het vaststellen van prijzen. Die rekeneenheid zou niets anders zijn dan een consumentenprijzenindex met een eenvoudige naam, die dagelijks wordt gepubliceerd. Mensen kunnen deze eenheid en de naam ervan gebruiken om prijzen in reële termen weer te geven. Dat zou bijdragen aan een heroriëntatie van het publieke denken, hetgeen alles is wat een overheid in feite hoeft te doen. Het zou gemakkelijk en vrijwel kosteloos zijn.
Geïndexeerde rekeneenheden zijn geen nieuw idee: de Chileense regering gaf al in 1967 de goede richting aan met de Unidad de Fomento (UF). Andere Latijns-Amerikaanse landen hebben dat voorbeeld gevolgd. Ondanks de technisch klinkende naam van de rekeneenheid lijken de Chilenen te hebben geleerd in termen van de UF en niet in peso’s te denken als het om belangrijke contracten gaat.
In de Westerse wereld denken we echter in dollars of in euro’s. Met alle gevolgen van dien, wanneer er echte inflatie of deflatie optreedt.

6. Zorgstelsel ziek

In zijn column in de Telegraaf zei professor Smalhout onlangs onder andere:
‘In de gezondheidszorg is de hoeveelheid gebakken lucht zo toegenomen, dat er meer geld wordt uitgegeven aan management dan aan de feitelijke patientenzorg. De transparantie van de vijfde kolonne van de managers is zo gering dat de gewone burger er geen idee meer van heeft hoe groot dat machtsblok eigenlijk is. In het algemeen kost het management alleen al aan vergaderen, notuleren, rapporten schrijven en info’s sturen plusminus 37 miljard euro per jaar! ‘Het is mede hierdoor dat talloze doctoren en verpleegkundigen rondlopen met de diepe frustratie, dat hun beroep van hen is afgenomen. Het werken onder steeds nieuwe bureaucratische richtlijnen, opgelegd door mensen die niet weten wat hun vak in de praktijk inhoudt, is een ontkenning van hun beroepseer.’
Waar dit toe leidt is voor mij onvoorspelbaar, maar dat deze instabiele toestand gaat vragen om een ‘kind van de rekening’ is evident, met alle gevolgen van dien.

7. Wat betekent dit voor u?

Tegen brand kun je preventieve maatregelen nemen en je verzekeren. Voor de ICT kun je een uitwijkcentrum inrichten en/of een calamiteitenplan opzetten. Tegen regelgeving kun je je echter niet wapenen. Het maakt eenvoudig deel uit van de realiteit in de omgeving waarin je opereert. Dat maakt het ‘in control’-statement in de code-Tabaksblat ook zo moeilijk te hanteren. (Zie ook ‘In control volgens Tabaksblat, moet je dat willen’.)
Daarom is business continuity dan ook geen zaak van beveiligers, maar van het management. Business continuity officers, die door steeds meer organisaties worden aangesteld, zullen bedrijfskundigen moeten zijn, die snappen hoe de organisatie waarde creëert en op welke wijze deze waardecreatie verstoord kan worden.
Natuurlijk moet u zich indekken tegen dreigingen die specifiek uw bedrijf kunnen treffen (zie ook ‘Keuzes en aanpak voor uw Business Continuity Plan BCP of calamiteitenplan’), zodat u zo snel mogelijk kunt doorstarten na een dergelijke calamiteit. Het draaiboek hiervoor moet op de plank liggen en zal een hoog ICT-gehalte hebben. Uiteraard moet dit ook procesmatig onderhouden worden.
Beseft u echter wel dat uw bedrijfscontinuïteit hiermee niet is afgedekt. Het gevaar van calamiteiten vanuit de regelgeving is vele malen groter. Monitoring van ontwikkelingen is dan ook van levensbelang. Zoals de marketing uw markten continu monitort en erop inspeelt, zo is het ook aan te bevelen omgevingsmanagement in te bedden in uw organisatie.
Een mogelijke plaats waar business continuity in de organisatie belegd kan worden, is daarom de marketing afdeling. Ook zou business continuity gekoppeld kunnen worden aan bijvoorbeeld het management van het INK-model binnen uw organisatie, (zie ook ‘Efficiency verbetering en verhoging productiviteit in het INK-model’), dat tenslotte ook de omgeving monitort.
De ICT-afdeling is wel de minst geëigende plaats. De ICT-afdeling is alleen verantwoordelijk voor een deelplan binnen het totale BCP en het Business Continuity Management. Omdat de ICT-afdeling echter wel vaak de plaats is, waar business continuity traditioneel belegd is, zullen in veel gevallen de ICT-managers het initiatief moeten nemen om business continuity op de management agenda te krijgen. Het management is tenslotte volgens de nieuwe regelgeving aansprakelijk te stellen voor de business continuity. (Zie ook ‘Informatiebeveiliging: geen verantwoordelijkheid maar aansprakelijkheid!’), met alle gevolgen van dien.
Het is niet zo dat u blind alle regelgeving dient te volgen. Het principe van Tabakblat, ‘Pas toe of leg uit’, zullen directies als volgt moeten opvatten: ‘Wees niet bang om af te wijken als dit beter is voor de organisatie, maar leg wel vast welke afweging hierbij gemaakt is voor corporate governance’. (Zie ook ‘Regelzucht dodelijk voor ondernemerschap’.)

Oorspronkelijke versie: 1 juli 2006
Herziene versie: 25 november 2010
Delen van dit artikel zij overgenomen uit:
Elly Mariani, ‘Fiscale druk op goede doelen’. In: Het Financieele Dagblad. 12-01-2006.
Karel Beckman, ‘Strengere aanpak van uitstoot broeikasgas’. In: Het Financieele Dagblad. 12-01-2006.
Peter van Hagen, ‘Willekeur dreigt in strijd tegen belastingfraude’. In: Het Financieele Dagblad. 12-01-2006.
Prof. Dr. B.Smalhout, ‘Zeepbellen’. In: De Telegraaf. 14-01-2006.
Robert J. Shiller, ‘Introduceer een mandje als rekeneenheid’. In: Het Financieele Dagblad. 12-01-2006.
  • Download:

Auteur: Wiebe Zijlstra | 10 augustus 2012 | Copyright Wiebe Zijlstra

Be Sociable, Share!

Gerelateerde artikelen:

  1. Keuzes en aanpak voor uw Business Continuity Plan BCP of calamiteitenplan
  2. Business continuity steeds meer aandachtspunt voor controllers
  3. Business Continuity of plan bedrijfscontinuïteit: Doe effe normaal
  4. Business Continuity Plan: uw dekking voor onverzekerde schade
  5. Inpassing Business Continuity BCP in BHV-plan, ICT en algemeen beleid veiligheid
  6. Cursus Business Continuity Management
  7. Code-Tabaksblat en transparantie nu al over hun houdbaarheidsdatum
  8. Webseminar Business continuity, een aanpak uit de praktijk

Geef een reactie

Je moet inloggen om een reactie te kunnen plaatsen.