ZBC Kennisbank

De identiteit van de Nederlanders bestaat wel degelijk

 

Wat ons volk het beste typeert is, dat het uit mensen bestaat die wars zijn van ideologie, die naar bevind van zaken handelen, die niet van poespas houden. Dankzij een eeuwenlange karaktertraining beschikken de Nederlanders over deugden die hen in staat stellen een nieuwe Gouden Eeuw te vestigen.

Tien jaar geleden zei koningin Maxima hierover: “Nederland is: grote ramen zonder gordijnen, zodat iedereen goed naar binnen kan kijken, maar ook: hechten aan privacy en gezelligheid. Nederland is: één koekje bij de thee, maar ook: enorme gastvrijheid en warmte. Nederland is: nuchterheid en beheersing, pragmatisme, maar ook: samen intense emoties beleven. Maar ‘de’ Nederlandse identiteit? Nee, die heb ik niet gevonden.”
Destijds was ik het gevoelsmatig al niet met haar eens, maar ik kon het niet onder woorden brengen. In zijn boek ‘Tot hier en niet verder’ slaagt Cees van Lootringen hier wel heel behoorlijk in. Dus een beetje laat, maar toch nog mijn reactie op de stelling van koningin Maxima uit 2007.

Nederland toonaangevend in deze wereld van verandering

Simon Schama, de eminente Britse historicus, was in 2014 te gast in het discussieprogramma Buitenhof en zei dat er in de wereld sprake is van een ‘fundamentele vertrouwenszwakte’. Deze wordt volgens hem veroorzaakt door een combinatie van globalisering, migratie en vergaande technologische en sociale veranderingen.
“Nederland”, zei hij, “draagt op grond van zijn bijdrage aan de wereldgeschiedenis een verantwoordelijkheid om mee te zoeken naar een nieuw paradigma en een nieuw evenwicht voor een wereld die voor zeer grote, existentiële uitdagingen staat. We moeten leren met de verschillen om te gaan, net als in de Nederlandse Republiek in de Gouden Eeuw toen er ondanks alle verschillen tussen mennonieten, remonstranten en joden sprake was van een besef van een gezamenlijk ‘buurtschap’, wat een gemeenschap is van mensen die elkaar als gelijke accepteren en respecteren.”
Dat is een heel ander verhaal dan het beeld van wat tegenwoordig vaak geschetst wordt: het volk zit al bijna twee decennia op het dorpsplein te vitten en te klagen en lijkt alleen nog in de spiegel van een gemankeerd nationaal zelfbeeld te kijken.

De Nederlander moest ook overleven

De basis voor het karakter van de Nederlander wordt gelegd in de ontstaansgeschiedenis van Nederland: de ongunstige natuurlijke omstandigheden van dit zompige land maakten dat wij ons geen fatalisme konden veroorloven. Wij moesten de zeeën op, de wereld in, om elders het voedsel te halen. Daarbij waren we natuurlijk zo schrander om meer mee te nemen dan we voor onszelf nodig hadden. Die overschotten gingen we vervolgens doorverkopen en zo groeide Amsterdam uit tot de stapelmarkt van de wereld. De handel bevorderde de verstedelijking en zorgde daarmee voor een snelle uitwisseling van ideeën en innovatie en dus van groei. Als klap op de vuurpijl kwam daar nog de opstand tegen de Spanjaarden van 1568 bij. Onze voorvaderen hadden hun vorst met een pennenstreek onder het Plakkaat van Verlatinghe gewoon afgezet. Dat was een moedige en unieke daad in de wereldgeschiedenis.
De onafhankelijkheidsstrijd duurde maar liefst tachtig jaar. In 1648 werd dit land door de Europese statengemeenschap erkend als de eerste burgerstaat in de wereld – een unicum, dat bewijst hoe gezegend het Nederlandse volk wel niet is. In Duitsland was Frederik I zeer onder de indruk van deze burgersamenleving aan de Noordzee. Hij probeerde haar deugden te importeren. Maar hij stuitte daarbij op een vrijwel onoverbrugbaar probleem: Duitsland kende geen burgersamenleving meer na de verschrikkelijke Dertigjarige Oorlog (1618 – 1648) en daarom legde de Staat de deugden aan het volk op.
“Daarmee viel zelfs behoorlijk en fatsoenlijk te leven, zolang de staat behoorlijk en fatsoenlijk bleef”, stelde schrijver Sebastian Haffner. Maar toen Adolf Hitler aan de macht kwam, ging het – zoals bekend – helemaal mis. Het maakte duidelijk dat calvinistische deugden zowel een zegen als een vloek zijn. Voor de Nederlandse Republiek waren ze een zegen, omdat ze waren ingebed in een krachtig en zelfbewust burgerschap, voor het van burgers beroofde Duitsland waren ze een vloek.
Het Nederlandse volk heeft wel een opstand, maar nooit een verschrikkelijke burgeroorlog gekend. Daardoor heeft men in relatieve rust zijn balans gevonden en heeft het deugden ontwikkeld als anti-fatalisme, pragmatisme, ondernemerszin, openheid en tolerantie. Ze vormen al eeuwen het mentale fundament van ons kleine, unieke land. Aan het einde van de negentiende eeuw, maar vooral ook na de Tweede Wereldoorlog wisten we dankzij dat gunstige geestelijke klimaat nieuwe perioden van bloei te vestigen.

Verviervoudigd inkomen en toch klagen

“Tussen 1948 en nu is het inkomen per hoofd van de bevolking verviervoudigd”, zo verklaarde econoom Jaap van Duijn aan de vooravond van de kredietcrisis van 2008. Hoe indrukwekkend deze groei wel niet was, bewijst het feit dat deze het dubbele was van de welvaartsvermeerdering die in de zeventiende eeuw heeft plaatsgehad.
Bovendien vond deze bloei plaats in een aaneengesloten periode van meer dan 70 jaar van vrede en veiligheid, waarbij de welvaart van alle bevolkingslagen en van alle gezindten is geweest. Wat dat betreft dateert het hoogtepunt in onze nationale geschiedenis niet van 400 jaar terug, maar zijn wij – tijdgenoten – er de trotse getuigen van.
En toch overviel de Nederlanders in de laatste jaren van de twintigste eeuw de ‘blues’. Men werd ontevreden. Men ging klagen. De open massa werd een gesloten massa. Men bakende zijn identiteit en zijn grenzen af en formuleerde scherp waar zijn territorium eindigde en dat van de ander begint. Slimme politici op het Binnenhof doen er hun voordeel mee. Ze spreken onophoudelijk en zéér uitgekookt de onderbewuste emoties van het kiesvolk aan.

Niets nieuws onder de zon

Ook in de nadagen van de Gouden Eeuw kwamen oprispingen van emotie veelvuldig voor. Het grauw ging verhaal halen en plunderde de privéhuizen van regenten. Meestal werden deze oproeren ingegeven door economische belangen die geraakt werden. In onze huidige tijd zou de weerstand een verlaat antwoord kunnen zijn op de maatschappijrevolutie van de jaren zestig, toen individualisering gepaard ging met meer vrijheid en het gelijkheidsideaal er het slachtoffer van werd. Waren de inkomensverschillen in Nederland sinds 1732 bijna 250 jaar lang genivelleerd, sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw lopen deze verschillen weer op; volgens sommige onderzoekers zelfs tot een niveau dat een fors deel van het nationaal vermogen weer in handen is van een kleine toplaag in de samenleving.
Nederlanders hebben daar moeite mee, omdat gelijkheid als beginsel van de maatschappelijke inrichting diep verankerd zit in de ontstaansgeschiedenis en daarmee in de psyche van dit volk. Nederland probeert sinds de liefdesverklaring eind jaren tachtig van liberalisering, deregulering en marktwerking de kool en de geit te sparen; men probeert zowel gelijkheid als vrijheid pijler van economie en samenleving te laten zijn. Dat klinkt logisch, maar dat is een duivelse opgave als broederschap er niet het cement van is. Want meer vrijheid leidt tot ongelijkheid en meer gelijkheid tot onvrijheid.

Broederschap in een verandering van tijdperk

Broederschap, zo ontdekken we nu, is misschien wel het belangrijkste beginsel van de drie-eenheid van de Franse revolutie en onmisbaar om op de langere termijn de lieve vrede te behouden. Daarvoor zijn simpele huisregels van buurtschap vaak al voldoende: interesseer je voor de ander, vraag hoe hij de wereld ziet, probeer nader tot elkaar te komen. Spaar de ander niet, maar respecteer zijn mening wel. En zie je zelf niet als centrum, maar als deel van een groter geheel. Dat waren de regels die de grote Erasmus in acht nam toen hij in de eerste decennia van de zestiende eeuw het boegbeeld van het humanisme in Europa was.
Broederschap en verbondenheid. We zullen het hard nodig hebben nu we niet een tijdperk van veranderingen binnengaan, maar een verandering van tijdperk. De grote existentiële uitdagingen waar de wereld voor staat, zoals een demografische en economische groei die Moeder Aarde niet lang meer kan dragen, verlangt dat wij afscheid nemen van het in de zeventiende eeuw gevestigde mechanische wereldbeeld van onafgebroken lineaire groei en vooruitgang. Op enig moment zal dat geloof afsterven en worden ingehaald door een nieuwe, holistische visie op het samenleven op één planeet. Daarin zal verbinding en samenhang, in combinatie met een circulaire aanpak, het leidmotief zijn.

Vertrouwen is een onmisbaar ingrediënt

We zullen in aanloop naar die nieuwe tijd moeten leren rekening te houden met de belangen van anderen, omdat alles met elkaar verbonden is. Zo zullen we omwille van het voortbestaan van de mensheid gaan samenwerken als duurzame en betrouwbare partners in plaats van als tot elkaar veroordeelde concurrenten. Jonge mensen anticiperen daar al op met hun inzichten en opvattingen over ervaren, delen en verantwoordelijkheid, de alternatieven die zij zien voor eigendom en de hoge eisen die zij stellen aan de intrinsieke motivatie van de werkgever waarvoor ze willen werken. En ook de Chinezen, die waarschijnlijk de dominante macht van deze eeuw zullen worden, herkennen niets van ons wereldbeeld van botsende deeltjes. Voor hen is het individu per definitie ondergeschikt aan de collectiviteit.

Het Nederlandse volk heeft het juiste deugdenpalet

Hoewel Nederland een belangrijke mede-architect is geweest van dat 400 jaar oude tijdvak dat nu voorbijglijdt, heeft zijn volk het juiste deugdenpalet op zak om ook in de nieuwe tijd een rol van betekenis te blijven spelen. Wij zijn hoogopgeleid en ondernemersgezind. We staan in de top van vrijwel alle internationale lijstjes van welke vergelijking dan ook. Dat is niet zozeer omdat we bedeeld zijn met sterke visionaire leiders, maar vooral omdat we zelfbewuste, initiatiefrijke burgers hebben die over eigenschappen en deugden beschikken als ‘veerkracht’, ‘vertrouwen’, ‘tolerantie’ en ‘vergevingsgezindheid’.
Laten dat nu precies enkele van de deugden zijn die de Canadese hoogleraar Michael Ignatieff vond in zijn zoektocht naar de werking van ethiek in de praktijk. Overal in de wereld sprak hij daarvoor met mensen en vroeg hij hoe ze omgaan met grote veranderingen en met persoonlijke dilemma’s in hun levens. Het antwoord was in Afrika en Azië, in Europa en in Noord- en Zuid-Amerika identiek: geen heldhaftige of uitzonderlijke principes, maar ‘gewone deugden’, dat wil zeggen ‘normaal’ en ‘alledaags’.

Dat is de identiteit van het Nederlandse volk

Want wat ons volk het beste typeert dat is dat het uit mensen bestaat die wars zijn van ideologie, die naar bevind van zaken handelen, die niet van poespas houden; die als ze moeten kiezen liever eerlijk dan aardig gevonden worden, en daarom best wel trots zijn op hun directheid. Het zijn mensen die ondernemend zijn, verantwoordelijkheid willen dragen en liever in oplossingen dan in problemen denken. Bovendien kunnen ze oprecht behulpzaam zijn als bij de buren het water naar binnen klotst, zoals Simon Schama in zijn visie op ‘een gezamenlijk buurtschap’ ook verlangt.
Vraag het maar aan Rodaan Al Galidi, een uit Irak gevluchte en in Nederland neergestreken ingenieur. Hij weet de karaktertrekken van ons volk, zijn nieuwe landgenoten, op waarde te schatten. Zo verklaarde de auteur van de korte verhalenbundel Duizend-en-een-nachtmerries in een televisie-interview: ‘Als ik het in Irak voor het zeggen zou hebben, dan zou ik honderdduizend Nederlanders meenemen naar mijn vaderland en dan zou het binnen tien jaar het mooiste land van het Midden-Oosten zijn. Nederlanders zijn zo eerlijk met belasting, met tijd, met afspraken, met liefde en relaties. Het is een wonder!’

Het is geen wonder dat koningin Maxima dat bij haar kennismaking met Nederland niet heeft gezien. Wij deden ons voor als aardig met veel poespas. Laten we nu gewoon maar weer eerlijk zijn.

Bron:
Cees van Lotringen, ‘Een zoektocht naar het DNA van Nederland.’ In: het Financieele Dagblad. 2 juni 2018.
DownloadDownload artikel als MS Word document Download artikel als PDF document Print deze pagina Verstuur deze pagina naar een vriend (email)
Auteur(s): Wiebe Zijlstra | 11 juni 2018


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *