ZBC Kennisbank

Web 2.0 bestaat niet; wel werknemer 2.0

Inhoudsopgave

  1. De generatiekloof is terug
  2. Niet de techniek maar de mens verandert
  3. Vaardigheden geen probleem
  4. Klaar voor de Millennial?
  5. Hiërarchie is een restant uit het verleden
  6. Kennis is een weggeefproduct
  7. Open innovatie
  8. Control versus innovatie
  9. Web 2.0 9

1. De generatiekloof is terug

Er is een nieuwe werknemer opgestaan: werknemer 2.0. Gewend aan virtueel werken en kennis delen via nieuwe media. Oudere werknemers, managers en ook bedrijven blijven vooralsnog achter. Hoe groot is de nieuwe digitale kloof? En wat doen bedrijven om deze te dichten?
Iedere babyboomer kijkt met een gevoel van nostalgie terug op de jaren zestig, de jaren van de Maagdenhuisbezetting, de Flower Power en tevens de jaren waarin de generatiekloof tot stand werd gebracht door bewegingen als Provo en Dolle Mina. Intussen is de generatie van de babyboomers grijs en kaal geworden, soms traag en conformistisch en blinkt zij nog slechts uit achter de bestuurs- en borreltafel, filosoferend over innovatie en de impact hiervan op bedrijven, doof en hardhorend voor de signalen dat er weer een nieuwe generatie is opgestaan. Na de ‘lost generation’, waardoor de babyboomers ervan overtuigd waren, dat zij het middelpunt van deze aarde zijn, is dat ook even wennen.
Wijs geworden door de echecs uit het verleden volgt de babyboomer technische ontwikkelingen op een afstand; de meeste hypes waaien toch wel weer over. En als iets eenmaal ‘proven technology’ geworden is, dan is het nog vroeg genoeg om het alsnog te adopteren. Wat stelt nu Web 2.0 voor? Web 1.0 is toch al geavanceerd genoeg? Blogs bestaan in de vorm van forums al meer dan 10 jaar. MSN is bijna al een evergreen voor kids. En om de ontwikkelingen met breedband maak je je toch niet druk? Die gaan zonder jou ook wel door. Er gebruik van maken is meer dan genoeg.
Weet u nog wat uw kinderen of kleinkinderen doen? Denkt u nog steeds, dat ze het liefst op straat spelen en dat ze op de computer alleen spelletjes spelen?

2. Niet de techniek maar de mens verandert

Nu is een generatiekloof van alle tijden. Ook op het werk. De jonge garde zet zich af tegen de oude. En de oude garde temt op zijn beurt de jonge. De jongeren zijn ambitieus en flexibel; de ouderen schermen met wijsheid en ervaring. (Zie ook ‘Oudere van boven de 20, pak je rollator en ga in het park wandelen’.) De opkomst van ICT binnen bedrijven zorgde jaren geleden voor een extra afstand tussen jong en oud. Ouderen die op toetsenborden moesten tikken, dat ging niet altijd van harte. Maar die digitale achterstand lijkt langzamerhand gedicht. De meeste oudere werknemers kunnen inmiddels prima met ICT-systemen overweg. Ze moeten wel, er is geen ontsnappen aan in het digitale tijdperk. Maar er is inmiddels een nieuwe digitale kloof aan het ontstaan, waarschuwen deskundigen.
De nieuwe kloof echter gaat niet zozeer over ICT-systemen binnen organisaties. Nee, de kloof heeft te maken met de manier waarop jonge werknemers tegenwoordig leven en werken. Een levens- en werkstijl waarbij virtueel samenwerken, communiceren, netwerken en kennis delen mogelijk is, en die mogelijk is gemaakt door internet en Web 2.0 (social computing). Instant messaging (msn), e-mailen, googelen, wiki’s, weblogs, webfora, rss-feeds, virtuele netwerken (zoals LinkedIn), games, sms, mobiele e-mail, downloaden, skypen, online winkelen – het is voor de nieuwe generatie werkenden een tweede natuur. (Zie ook ‘Marketing voor jongeren is het spel meespelen’.) Langzaam dringt het nu ook door tot de werkvloer. Werknemer 2.0 is geboren. De vraag is: zijn bedrijven wel klaar voor de nieuwe generatie werknemers en de nieuwe digitale tijdgeest?

3. Vaardigheden geen probleem

Voor we de nieuwe digitale kloof overzien, eerst een blik op de ‘oude’ digitale tweedeling en wat daar nog van over is. ‘Die scheiding ging niet alleen over jong en oud. Het ging ook over bijvoorbeeld hoog- en laagopgeleid’, zegt Jos de Haan, hoofd van de onderzoeksgroep Tijd, Media en Cultuur bij het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en bijzonder hoogleraar ICT, Cultuur en Kennissamenleving aan de Erasmus Universiteit. Hoogopgeleiden zijn volgens hem vertrouwder met ICT dan laagopgeleide werknemers. Ze hebben vaker de beschikking over een computer met internet, zowel thuis als op hun werkplek.
Volgens De Haan is de ‘oude’ digitale tweedeling nauwelijks meer waarneembaar op het werk. ‘Het probleem heeft zichzelf voor een deel opgelost. Voor veel 55-plussers was de introductie van ICT-systemen aanleiding om vervroegd uit te treden.’ En de achterblijvende oudere werknemers moesten volgens hem gewoon mee op de digitaliseringsgolf.
Digitale tweedeling tussen jong en oud? Niet in de zin van een gebrek aan kennis of digitale vaardigheden. Ook Ben Slijkhuis, directeur van het Nederlands Platform Ouderen en Europa (NPOE), spreekt van een gedateerd vraagstuk. ‘In Nederland kun je eigenlijk niet spreken van een digitale kloof. In Europa staan we samen met Scandinavië op eenzame hoogte als het gaat om het aantal digitale aansluitingen.’ Op het werk zie je een zelfde beeld, zegt hij. ‘Een digitale tweedeling zie ik nog wel bij ouderen die niet meer aan het arbeidsproces deelnemen: werklozen en gepensioneerden. Bij oudere werkenden speelt het echter nauwelijks meer. En als die digitale tweedeling er al zou zijn, dan is hij in ieder geval snel aan het verdwijnen.’
Cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau (Rapportage Ouderen 2006) lijken hem gelijk te geven. De ‘surfende senioren’ komen eraan. In 2003 was al driekwart van 55-64-jarigen in het bezit van een pc, in de meeste gevallen met internetverbinding. Vijf jaar eerder was dat nog maar 40 procent. Bij de hogere leeftijdsgroepen is pc-bezit minder verspreid: van de 65-74-jarigen had in 2003 42 procent een pc, van de 75-plussers slechts 19 procent.
De resterende digitale achterstand kun je met scholing wegwerken, meent Slijkhuis. Maar volgens hem werken de werkgevers daar niet aan mee. ‘De noodzaak daarvan wordt vaak niet onderkend. Voor een deel omdat bedrijven niet zien waar de tekorten in zitten, en voor een deel – en dat is specifiek voor Nederland – omdat men gewoon niet investeert in oudere werknemers. Het is geen kwestie van niet kunnen, maar veel meer een kwestie van er niet aan gewend zijn.
Senioren zijn dus uitgetreden, naar een andere functie getransporteerd, of hebben zich de digitale mores gewoon eigen gemaakt. Resultaat: op het werk is er geen digitale tweedeling.
Hooguit verlangen ouderen nog terug naar Windows NT, omdat bij NT de computer beter ‘luistert naar de baas’, die toch al die geavanceerde opties niet gebruikt.

4. Klaar voor de Millennial?

Maar die tweedeling is nog niet weggewerkt, of de nieuwe digitale kloof ontstaat. Ditmaal hardnekkiger en fundamenteler, want het bestaat vooral tussen de oren. Het zit hem in de ‘mindset’ van de nieuwe generatie werknemers die nu die arbeidsmarkt op stroomt, werknemers die de nieuwe media omarmen en er volop gebruik van maken. Millennials worden ze ook wel genoemd (geboren na 1980 en na 2000 de arbeidsmarkt opgekomen). En in dit verhaal dus ook: werknemer 2.0. Het zijn hoogopgeleide ‘multitaskers’, die niet weten hoe het leven eruitziet zonder internet. Misschien hebben ze niet de vaardigheden en de ervaring van oudere werknemers, maar in nieuwe technologie hebben ze een bondgenoot gevonden die dat zou moeten kunnen compenseren.
De nieuwe digitale kloof gaat echter niet alleen over oud en jong, maar ook over een nieuwe generatie werknemers en een oude generatie werkgevers. Volgens onderzoeksbureau Forrester zijn Europese bedrijven niet toegerust op de instroom van deze nieuwe groep werkenden. Uit het in november vorig jaar in opdracht van Xerox verschenen rapport ‘Is Europe Ready For The Millennials?’ blijkt dat 93 procent van de Europese managers van 55 jaar en ouder een verschil in werkstijl ervaart tussen oude en jonge generaties. Volgens de Millennials zelf komt maar de helft van de bedrijven aan hun behoeften tegemoet. Naast up-to-date technologie bestaan die behoeften onder meer uit een flexibele werkweek (‘work-life balance’) en een innovatieve cultuur die gebaseerd is op samenwerking.
Bedrijven zijn vaak nog ouderwets georganiseerd, zegt Valerie Frissen van TNO. ‘Wat je nog veel ziet zijn hiërarchische organisatiestructuren, klassieke pijplijnmodellen. De ICT-systemen die hierbij horen zijn gebaseerd op controle, efficiency en productiviteit. Deze organisatievorm past niet bij de nieuwe generatie werknemers. Het geeft werknemers het gevoel dat ze gestuurd worden.’

5. Hiërarchie is een restant uit het verleden

Jongere werknemers zijn daarentegen geneigd om in virtuele netwerken te werken, een netwerk dat niet per se beperkt wordt door de afdelingsmuren en het kantoor. Frissen: ‘Wat vroeger de wandelgang was, is nu msn. Je krijgt eigenlijk schaduwnetwerken.’ Veel bedrijven zijn daar volgens haar niet zo gelukkig mee. ‘Omdat ze er geen grip op hebben.’ Maar de nieuwe manier van communiceren hoort nu eenmaal bij de nieuwe generatie werkenden. Frissen: ‘Vergeet niet dat werk een sociale omgeving biedt om te interacteren, contact te hebben met elkaar. De digitalisering draagt daar alleen maar aan bij.’ Niet de koffieautomaat maar de pc of het mobieltje wordt het centrum van het heelal. (Zie ook ‘Het Nieuwe Werken, vluchten kan niet meer’.)
‘Werk is voor jongeren allang niet meer alleen een inkomstenbron’, zegt ook Wim Veen van de TU Delft. ‘Deze generatie onderscheidt zich doordat ze uitgedaagd willen worden door hun werk. Er moet iets te kluiven aan zitten.’ De jongere werknemer onderscheidt zich volgens hem ook van de oudere door de manier waarop kennis wordt gedeeld. ‘Ze zijn gewend informatie te verwerven door het inschakelen van een netwerk. Het instant inschakelen van mensen die je kent, maar ook mensen die je niet kent. Stel maar een vraag op een webforum, je krijgt direct antwoord.  Natuurlijk schakelen we al tweehonderd jaar een netwerk in. We schreven bijvoorbeeld een brief aan ome Piet. Maar dat is toch een kwaliteitsverschil.’

6. Kennis is een weggeefproduct

De houding ten opzichte van het delen van kennis is bij jongere werkenden fundamenteel anders, vindt Veen. ‘Jongeren zitten er veel minder mee om kennis te delen en te ontvangen. Ouderen scheppen er een behagen in om die informatie ergens te vinden, en als ze het dan na drie uur gevonden hebben, zijn ze heel tevreden. Terwijl de jongeren het binnen anderhalve minuut gevonden hebben.’
Dat behagen hebben jongeren niet, zegt Veen. ‘Kennis is voor de jongeren veel meer een collectief eigendom dan voor de oudere generatie, daarom delen ze ook. Ze staan er daarom veel opener tegenover om te communiceren over informatie dan de oude generatie. Ouderen denken: stel voor dat ik iets niet weet, dan maak ik een zeperd bij de baas. Jongeren hebben die angst over het algemeen niet.’
Jos de Haan van het SCP valt hem bij. ‘Als ouderen eenmaal hun autoriteit hebben gevestigd, zijn ze minder geneigd om hun competenties aan te wenden voor anderen. Die kennis ga ik niet zomaar weggeven, denken ze dan. Ze komen eerst maar naar me toe en moeten een buiging maken’. (Zie ook ‘Passie en authenticiteit voor jongeren belangrijker dan geld, exclusiviteit en bezit’.)
Een mentaliteitsverschil, vervolgt Veen. ‘Dat verschil komt door het opheffen van de schaarste aan informatie. Jongeren hebben de luxe informatie te kunnen selecteren uit een veelheid van internetbronnen. Niemand heeft dus meer het voordeel van de eerste informatie. Ook al is dat in de praktijk misschien niet altijd zo, maar in het hoofd van deze generatie wel. Dat heeft volgens mij invloed op de mentaliteit van mensen.’
Het gaat er niet meer om dat je kennis hebt, want daar kan iedereen aan komen. Het gaat erom hoe je in staat bent om deze kennis te gebruiken en waarde te laten toevoegen.

7. Open innovatie

Maar de nieuwe mentaliteit, gestuwd door nieuwe media, hoeft niet tot een digitale kloof op de werkvloer te leiden, vindt Valerie Frissen. ‘Hippere bedrijven maken er juist gebruik van, vooral de creatieve sector. Het gebruik van wiki’s, msn en weblogs wordt er eerder gestimuleerd dan afgeremd’.
En ook innovatie wordt beïnvloed door Web2.0, ziet Frissen. ‘Professionele amateurs’ worden betrokken bij productontwikkeling. ‘Open innovatie is al een tijdje een trend. Je gaat niet meer achter gesloten deuren iets nieuws bedenken, maar dat doe je sowieso met anderen. Maar wat je de laatste tijd steeds meer ziet, is dat eindgebruikers ook een rol gaan spelen. Via internet wordt contact gelegd met gebruikersgemeenschappen. Deze communities kunnen je helpen bij productontwikkeling. Wat is nodig, wat zijn zwakke plekken, hoe kunnen we dat verbeteren? Een webcommunity kan je daar bij helpen. Je zag dat eerst vooral in de softwareontwikkeling, en nu steeds meer op andere terreinen zoals in de games-hoek. Een bekend voorbeeld is ook Lego, dat gebruikers mee laat ontwerpen. Dat je mee moet doen met deze trend wordt duidelijk als je kijkt naar de muziekindustrie, die eerst heel erg agressief reageerde op het “illegaal” uitwisselen van muziek, en zich nu meer coöperatief opstelt en met de gebruikers mee innoveert.’
Frissen doelt onder meer op de open source-gemeenschap, waarbij vrijwilligers virtueel samenwerken aan online toepassingen. Voorbeelden zijn bijvoorbeeld Windows-tegenhanger Linux en webbrowser Firefox. Het betrekken van webcommunities bij het werk van een bedrijf wordt ook wel ‘crowdsourcing’ genoemd.
Een van de manieren om contact te leggen met de doelgroep is een weblog. Het kan zelfs veel marktonderzoek en dus geld besparen, betoogt Forrester-medewerker Charlene Li op haar weblog. Volgens Li bespaart General Motors 180.000 dollar per jaar, omdat de ongeveer honderd mensen die commentaar geven op Fastlane, de weblog van General Motors, het bedrijf dezelfde inzichten geven als betaald marktonderzoek naar merk- en productbeleving onder de doelgroep.
Voor managers is echter het feit dat medewerkers ook in een parallelwereld leven eng. Zij beschouwen deze parallelwereld vaak nog als een schijnwereld, die de productiviteit aantast.

8. Control versus innovatie

Bij ING is de weblog nog niet gemeengoed. ING heeft wereldwijd weliswaar elf webloggers – waaronder de weblog ‘My cup of chá’ van Jacques Kemp, ceo ING Azië-Pacific – maar Nederlandse weblogs heeft de bank-verzekeraar nog niet, vertelt Marianne Nouwens, bij ING op corporate niveau verantwoordelijk voor nieuwe media binnen de bank. ‘Ik denk dat professionals die ING als potentiële werkgever zien dat wel verwachten.’
Wel mengt ING zich af en toe in de open source-gemeenschap om tot bruikbare nieuwe IT-toepassingen te komen. ‘Normaliter vergen IT-trajecten veel tijd, geld en administratie.’ Een wiki ten behoeve van het intranet was via open source-software zo gemaakt, aldus Nouwens. ‘De medewerker had geen cursus nodig, in drie dagen was hij klaar.’ En ook voor mobiele e-mail kunnen de Millennials bij de bank aankloppen. Nouwens: ‘De Blackberry is helemaal hot, steeds meer mensen hebben er een, zelfs op het hoogste niveau.’
Wiki’s – websites waarbij de inhoud door gebruikers en lezers kan worden aangepast – worden bij ING onder meer gebruikt voor discussies over Second Life (wel of niet meedoen?) en het informeren van medewerkers over outsourcing van werkzaamheden. De deelname aan de ING-wiki’s stemt Nouwens tevreden. Zo’n tweeduizend medewerkers schrijven of wijzigen wekelijks artikelen. Ruim zesduizend werknemers bekijken maandelijks de wiki’s. ING Group heeft in totaal ongeveer 115.000 werknemers in dienst, waarvan 18 procent vijftigplussers en 20 procent van 29 jaar en jonger.
Het aanbieden van up-to-date technologie en nieuwe internetdiensten is belangrijk voor de nieuwe generatie werknemers, vindt Nouwens. ‘Vooral nieuwe werknemers uit Amerika onderhouden hun universiteitsnetwerk via online netwerken. Ze verwachten van een werkgever dat je dat aanbiedt.’ Zo niet dan kruipen ze eventueel zelf het internet op, om zich aan te melden voor het wereldwijde zakelijke netwerk van LinkedIn bijvoorbeeld, of om een online projectcoördinatietool te gebruiken. (Zie ook ‘Projectmatig werken in control brengen’.) Dat gebeurt nu al, ziet Nouwens, die de komst van Web 2.0 op de werkvloer van harte toejuicht. ‘We moeten met de golf mee. Daardoor worden we een aantrekkelijke werkgever voor jonge carrièremakers.’

9. Web 2.0

Ook Valerie Frissen zou bedrijven willen aanbevelen goed naar mogelijkheden van Web 2.0 te kijken. ‘Web 2.0 is echt een fenomeen. Het bloggen, de wiki’s – het zijn ontwikkelingen van onderop. Het heeft impact, ook op bedrijven.’  Je zult echter wel eerst moeten beseffen, dat het geen technologie is, maar een werkwijze of misschien zelfs wel een levenswijze.
Toch staat het bij veel bedrijven nog niet hoog op de agenda, denkt ze. ‘Met digitale vaardigheden heeft het inmiddels niets meer te maken, het gaat om het accepteren van vernieuwing. Web 2.0 wordt gezien als exotisch. Leuk om in de krant te lezen, en te zeggen: waar gaat dat heen? Maar bedrijven, managers en oudere werknemers kunnen er uiteindelijk niet omheen.
Maar volgens Jos de Haan van het SCP moeten we niet te dramatisch doen over de nieuwe digitale mogelijkheden. ‘Web 2.0 is het grote buzz-word. We moeten oppassen dat we geen hype creëren.’ Maar werknemer 2.0 is wel opgestaan, denkt ook De Haan. ‘Werknemer 2.0 is inderdaad anders dan werknemer 1.0. Hij is vertrouwder met nieuwe media, en is gewend aan virtueel werken en communiceren. Ouderen moeten daar nog aan wennen.’
Web 2.0 is geen technologie. Het is een manier van communiceren en van kennisdelen. Het refereert aan de sociale ‘ik cultuur’ van tegenwoordig. Niet in termen van bezit maar in termen van zelf uitmaken van welke netwerken je gebruikt, welke kennis je gebruikt en welke kennis je wilt delen. En de misbruikers van deze netwerken zoeken het maar uit. Deze netwerken hebben als dodelijk wapen het aanbrengen van imagoschade; het lopende vuurtje van vroeger is nu vaak een explosie die binnen een paar minuten de aardbol rond is. En verder zijn er tenslotte voldoende mensen, die wel kennis willen delen en daar kun je dan wel mee samenwerken.

Oorspronkelijke versie: 18 november 2009
Herziene versie: 10 maart 2010
Delen van dit artikel zijn overgenomen uit:
Marc Doodeman, ‘Wennen aan werknemer 2.0. In: Het Financieele Dagblad. 10 februari 2007.
DownloadDownload artikel als MS Word document Download artikel als PDF document Print deze pagina Verstuur deze pagina naar een vriend (email)
Auteur(s): Wiebe Zijlstra | 8 oktober 2011 | Copyright: ZBC


One Response to “Web 2.0 bestaat niet; wel werknemer 2.0”

  1. […] komen overeen met de definitie van de werknemer 2.0 zoals deze in diverse artikelen wordt benoemd: Web 2.0 bestaat niet, wel de werknemer 2.0 (ZBC) en Werknemer 2.0 […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *