ZBC Kennisbank

Slim omgaan met je zwaktes en focussen op je sterktes

 

Als klein kind leer je de basisvaardigheden zonder welke je in het leven niet kunt, zoals lopen, zwemmen en fietsen. In de tienerjaren zijn die basisvaardigheden tot een niveau van bruikbaarheid ontwikkeld. Vervolgens richt je je dan op de dingen waarin je goed bent. En je verdere leven gaat dat door.

Dat betekent natuurlijk niet, dat je nooit meer iets nieuws leert. De ontwikkeling van specialismes en voortdurende veranderingen in de omgeving stellen nu eenmaal steeds andere en hogere eisen. Dat hoort er bij. Maar het is wel zaak gefocust te blijven op waar je goed in bent. Als je je steeds weer laat afleiden door de dingen waarin je zwak bent of door tegenslagen, dan bereik je nooit je doel. Epke Zonderland of Sven Kramer zouden dan nooit olympisch goud gehaald hebben. Toch wordt er door anderen (HR, managers, familie, enzovoort) vaak op gehamerd, dat je moet werken aan je zwaktes. In de geestelijke gezondheidszorg is het zelfs zo erg, dat je zwaktes worden aangeduid met afwijkingen of ziektes die behandeling nodig hebben. Bijwerking is vaak, dat hierdoor ook je sterktes worden aangetast. (Zie ook: ‘ADHD is eigenschap met nadelen en vooral ook voordelen’.)

Het Achilles syndroom

Achilles is de door Homerus in de Ilias beschreven Griekse held uit de oorlog tegen Troje. Om hem onsterfelijk te maken, doopte zijn moeder hem in de rivier de Styx, waarbij zij hem vasthield aan zijn hiel. Doordat dit lichaamsdeel niet in aanraking was geweest met het onkwetsbaar makende water, bleef dit zijn enige zwakke punt. Dit werd uiteindelijk zijn dood. Wellicht was Achilles meer gefocust op zijn onvermogen dan op zijn kracht. Zijn kwetsbaarheid maakte hem onzeker.
Het zit in de menselijke aard om elkaar te beoordelen op verschillen in competenties. Helaas legt men daarbij meestal het accent op de onvermogens. We kijken vooral naar wat anderen slecht kunnen en geven vanuit ons eigen referentiekader suggesties hoe ze daarin zouden kunnen verbeteren. Maar het eigen referentiekader is een ander dan dat dat van anderen. Wat de één gemakkelijk vindt, kan voor een ander een tamelijk moeilijke opgave zijn. En andersom geldt dat ook.
Als iemand je aanspreekt op een zwakke plek, zul je daar meestal al meer over gehoord hebben. Als je bijvoorbeeld attent wordt gemaakt op je gebrek aan concentratie, dan stond er vroeger waarschijnlijk op je schoolrapport al, dat je snel was afgeleid. Misschien heb je sindsdien al ettelijke pogingen gedaan om je oplettendheid te vergroten, maar ben je steeds weer ‘in gedachten’ als anderen aandacht van jou verwachtten. Mogelijk blijf je maar dezelfde kritiek krijgen: ‘Let toch eens op!’. Onze zwakke plekken achtervolgen ons vaak voortdurend. Het is niet zo simpel om je tekorten weg te schaven. Het zou ook niet je belangrijkste aandachtspunt moeten zijn. Wanneer je je sterke kanten goed uit de verf laat komen, zullen je zwaktes minder opvallen.

Omgaan met zwaktes

Je moet natuurlijk je zwakke plekken wel kennen. Je kunt hier immers altijd geraakt worden. Of dat dan opzet is dan wel pech, maakt niet uit. Wat je echter niet moet doen, is al je energie steken in het verbeteren van deze zwaktes. Dat zal heel moeizaam gaan, want het zijn niet voor niets je zwaktes. Je kunt beter manieren ontwikkelen om datgene waar je niet goed in bent te verhullen of te compenseren. Je kunt een coping mechanisme ontwikkelen, om je competenties meer in het oog te laten springen dan je incompetenties. De term ‘coping’ is afkomstig uit de sociale psychologie en kan in het Nederlands vertaald worden met ‘het hoofd bieden aan’ of ‘effectief omgaan met’.
Freud veronderstelde dat iedereen in zijn leven afweermechanismen toepast, die helpen om effectief met problemen en emotionele spanningen om te gaan. De belangrijkste afweermechanismen die hij noemde waren: vermijding, verdringing, ontkenning, verschuiving, projectie en regressie. Dit zijn stuk voor stuk in feite negatieve mechanismen, die vaak onbewust worden toegepast en die geen structurele oplossing bieden. Intussen heeft de psychologie zich verder ontwikkeld. Coping is tegenwoordig een afweermechanisme, dat bewust en adequaat toegepast kan worden in geval van tegenslagen en zwaktes. Problemen doelbewust uit de weg gaan, ontkennen van je zwaktes en wegrationaliseren van kritieken zijn weinig effectief. Hierdoor verandert immers niets.

Coping strategieën en mechanismen

Coping is een combinatie van de verstandelijke en emotionele reacties op stress of een probleem, en het gedrag dat daaruit voortvloeit om het probleem en de daaruit voortvloeiende emotionele spanningen aan te pakken of de gevolgen te verminderen of te tolereren. Er zijn verschillende strategieën en mechanismen van coping. Afhankelijk van de omstandigheden en de copingstrategie (ook wel copingstijl genoemd) die iemand toepast en die samenhangt met zijn persoonlijkheid, worden deze afgewisseld.
Bij confrontatie met een problematische omstandigheid maakt iemand twee beoordelingen. De eerste is een inschatting van de situatie (de primaire beoordeling: “wat is er aan de hand?”), de tweede is een inschatting van de beste oplossing (de secundaire beoordeling: “wat ga ik ermee doen?”). De reactie op een stressvolle situatie wordt niet of nauwelijks bepaald door de aard van het probleem, maar veel meer door iemands coping strategie. Afhankelijk daarvan is er keus uit verschillende mechanismen om een probleem aan te pakken. In de loop van de tijd kan iemands coping strategie ook veranderen of verbeteren.

Een veelgebruikte indeling van coping mechanismes is:

  • actieve aanpak: het probleem analyseren of oplossen;
  • zoeken van sociale steun: troost en begrip zoeken bij anderen, samen met een ander het probleem oplossen;
  • vermijding: het probleem ontkennen en vermijden;
  • palliatieve reactie: zich richten op andere dingen dan het probleem; in extreme vorm kan dit leiden tot verslavingen;
  • depressieve reactie: piekeren, zichzelf de schuld geven, twijfelen aan zichzelf;
  • expressie van emoties: frustratie, spanning en agressie vertonen als gevolg van het probleem;
  • geruststellende gedachten en wensdenken: zich voorhouden dat het probleem zichzelf wel oplost of dat anderen het nog veel zwaarder hebben.

De effectiviteit van het coping mechanisme is afhankelijk van de context. In verschillende stressvolle situaties kunnen weer andere coping mechanisme het meest adequaat zijn. “Actief aanpakken” en “sociale steun zoeken” worden over het algemeen als effectief mechanisme opgevat. Maar actief aanpakken kan tot toename van stress leiden in een situatie waarin je eigenlijk geen verandering in het probleem kunt brengen. In dat geval is het nodig om het probleem te herdefiniëren in een probleem, dat je wel kunt oplossen. (Zie ook ‘NLP leert hoe je jezelf en anderen kunt beïnvloeden’.) Helaas wordt NLP door veel psychologen niet erkend en gebruikt om dit soort problematieken op te lossen.
Mechanismen als een depressief reactiepatroon en expressie van emoties zijn over het algemeen minder adequaat of beter gezegd destructief. Het probleem blijft immers. Van sommige coping strategieën is direct duidelijk dat ze destructief van aard zijn, zoals bijvoorbeeld (verbale of fysieke) agressie tegen anderen, het beschadigen van jezelf of vluchten in verslavingen. Van andere coping strategieën is niet direct duidelijk dat ze slecht voor je zijn. Iemand die dingen bagatelliseert kan in eerste instantie juist mild en optimistisch overkomen. Bagatelliseren op zich is natuurlijk ook niet direct schadelijk, het probleem zit hem erin dat je door het gebruik van een dergelijke coping strategie het probleem niet oplost. Ook dingen als afleiding zoeken, je liefdesverdriet ‘wegdrinken’ of een keer boos worden op iemand hoeven helemaal niet negatief te zijn. Maar als je dat keer op keer blijft doen, zonder het probleem aan te pakken, dan ben je destructief bezig.

Bewust kiezen voor een coping mechanisme

Over het algemeen is het mogelijk je bewust te worden van de eigen coping mechanismen en die als het nodig is aan te passen aan de omstandigheden. Wel zal het lastiger zijn een mechanisme te gaan hanteren dat een tegenovergestelde strategie vereist, dan een mechanisme dat bij de eerdere strategie in de buurt komt. Je kunt er bijvoorbeeld voor zorgen dat je je zwaktes erkent, maar dat deze niet op de voorgrond staan. Daarbij kun je gebruik maken van positieve kwaliteiten waarin je sterk bent zoals: inzicht in jezelf en anderen, toegeeflijkheid, open communicatieve opstelling, vermogen te leren van ervaringen, zelfdiscipline, assertiviteit, durf, creativiteit, humor, optimisme en bereidheid tot samenwerking. Als gebrek aan concentratie bijvoorbeeld je probleem is, kunt je in plaats van elke dag jezelf te pijnigen met concentratieoefeningen, zorgen dat je steeds een heldere samenvatting krijgt of dat je via andere kanalen geïnformeerd wordt. Daarbij zullen je communicatieve opstelling en humor ertoe bijdragen dat dit in een ontspannen sfeer plaatsvindt. Vanwege deze effectieve coping strategie zal de aandacht niet langer op je concentratieprobleem rusten, maar eerder op je positieve vaardigheden. Je zult moeten dealen met je eigen emoties, met de nieuwe situatie moeten omgaan, moeten communiceren met mensen die allemaal zo hun eigen issues hebben en een manier zien te vinden om er het beste van te maken, óók op lange termijn. Op zulke momenten is emotiegerichte coping van belang. Uit onderzoek blijkt dat zowel probleemgerichte als emotiegerichte coping strategieën effectief kunnen zijn om stress te verminderen. Hierdoor zijn beide belangrijk om de schadelijke gevolgen van stress, zoals burn-out, depressie, hoofdpijn, hart- en vaatziekten enzovoort te voorkomen.
Als je je ervan bewust bent welke coping strategieën je toepast, dan ben je al een heel eind. Bedenk daarom dus niet alleen op wat voor manier je níet meer wilt reageren, maar bedenk ook wat je nieuwe strategie wordt en hoe je dit het beste aan kunt pakken.

Effectieve coping strategieën

Daarom tot slot nog even praktisch. De categorieën ‘actief aanpakken’ en ‘emotiegericht’ worden als effectieve strategieën beschouwd. Coping strategieën uit de andere categorieën kunnen op de korte termijn verlichting bieden, maar lossen op de lange termijn vaak niets op, en kunnen zelfs een probleem op zichzelf worden. Daarom nu wat ideeën, hoe je invulling kunt geven aan deze effectieve coping strategieën:

Actief aanpakken

  • actief aanpakken: kijken welke stappen je moet zetten om het probleem aan te pakken, en er actief mee aan de slag gaan;
  • herdefiniëren: het probleem zodanig formuleren, dat je het kunt aanpakken;
  • cognitieve herstructurering: negatieve gedachten over het probleem omzetten in positieve gedachten en gedachten oproepen die leiden tot optimisme en zelfvertrouwen;
  • anticiperen: voorbereiden op wat komen gaat, al vóórdat de situatie zich voordoet;
  • hulp vragen: anderen om hulp vragen, expertise van anderen gebruiken indien dat nodig is, advies aannemen van anderen.

Emotiegericht

  • expressie: omgaan met en uiten van emoties door humor, meditatie, kunst, muziek enzovoort;
  • acceptatie: acceptatie van de situatie en acceptatie van de (negatieve) emoties die daar soms bij horen;
  • sociale steun zoeken: over emoties praten, hart luchten.

In veel gevallen is een combinatie van deze coping strategieën het meest effectief om om te gaan met zwaktes en tegenslagen, zodat je gefocust kunt blijven op de verdere ontwikkeling van je sterktes. Maar ook bij het opstellen van deze combi geldt: ‘Focus op je sterktes en ga om met je zwaktes’. Je moet tenslotte ‘Leren omgaan met jezelf’. 🙂 

Bronnen:
Wikipedia
Frank van Marwijk, ‘Zo ontwikkelt u adequate copingmechanismen’. In: Lichaamstaal.nl.
DownloadDownload artikel als MS Word document Download artikel als PDF document Print deze pagina Verstuur deze pagina naar een vriend (email)
Auteur(s): Wiebe Zijlstra | 21 april 2017


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *