ZBC Kennisbank

Leiderschap, daadkracht en poldermodel in Nederland

 

Inhoudsopgave

  1. Ben ik zo dom of zijn jullie zo dom?
  2. Uitgepolderd en leiderschap
  3. Meer troepen naar Afghanistan
  4. Onwillige gemeenten bij Verdonk op matje
  5. Naturalisatie van sporters
  6. Poldermodel of Amerikaans model

1. Ben ik zo dom of zijn jullie zo dom?

“Ben ik zo dom of zijn jullie zo dom?’ Deze bekende uitspraak van Louis van Gaal kwam bij me bovendrijven, toen ik op zekere ochtend mijn dagelijkse portie krantennieuws weer had verorberd.
Louis van Gaal beschouwt zichzelf als een sterke leider en als clubtrainer maakt hij dat ook waar; getuige het feit dat hij kampioen is geworden met diverse clubs en de Europa Cup heeft gewonnen. Of dat nu ligt aan zijn leiderschapskwaliteiten of aan zijn voetbalvernuft laat ik in het midden. Beide eigenschappen zullen waarschijnlijk een rol spelen.
Maar op die bepaalde ochtend, kijkend naar diverse artikelen in de Telegraaf en een column in het FD, vroeg ik me af of we in Nederland nog wel echt leiderschap hebben. Steeds vaker merken we dat het poldermodel niet werkt. Het huidige kabinet stelt hier daadkracht tegenover. Enerzijds is dit toe te juichen. Anderzijds echter betekent echt leiderschap dat je een brede acceptatie krijgt voor de koers die je gaat varen. Op het gevaar af dat de toekomst mij in het ongelijk zal stellen, durf ik te beweren dat in Nederland momenteel wel de daadkracht opbloeit, maar dat leiderschap ver te zoeken is. (Zie ook ‘Cultuur van de angst vervangen door vertrouwen en positivisme’.) Het meest duidelijke voorbeeld hiervan was wel het referendum over de Europese grondwet.

2. Uitgepolderd en leiderschap

Op 23 december 2005 schreef het Financieele Dagblad onder andere.: Onze polderleider is als exportproduct niet erg succesvol. De ideale Nederlandse leider noemt zichzelf geen leider, maar stimuleert en faciliteert vooral; het type dienstbare leider over wie het ene na het andere boek wordt volgeschreven. In het buitenland echter moeten ze hier weinig van hebben. Naar Nederlandse topmanagers die worden benoemd bij een buitenlandse onderneming moet je met een lampje zoeken. Het afgelopen jaar, constateerde onlangs het blad Fem Business, stapte geen enkele Nederlander over naar de raad van bestuur van een buitenlandse onderneming.
Dat is wel een beetje wrang als intussen de internationalisering van van oudsher Nederlandse bedrijven gewoon doordendert. KLM en PCM zijn in buitenlandse handen. Unilever heeft als topman de Fransman Patrick Cescau, Ahold de Zweed Anders Moberg, Wolters Kluwer de Amerikaanse Nancy McKinstry, ING de Belg Michel Tilmant en Heineken de Belg Jean François van Boxmeer. Laten we toegeven: erg Nederlands is het nationale industriële erfgoed allang niet meer.
Boer & Croon Strategy and Management Group heeft dat onderstreept in het blad Management Scope, met een onderzoek naar de internationalisering van de 24 grootste Nederlandse AEX-bedrijven. De aandelen daarvan zijn al voor 86% in buitenlandse handen, de omzet wordt voor 88% in het buitenland gehaald en de gemiddelde raad van commissarissen bestaat uit vijf Nederlanders en drie buitenlanders. Van de 113 bestuurders is bijna de helft (49) afkomstig uit het buitenland. In de laag daar net onder zijn Nederlanders al in de minderheid.
In de complexe omgeving waarin ondernemingen opereren, is de verklaring van Boer & Croon, is geen plaats voor gepolder. Consensusbeslissingen wekken in het buitenland vooral verbazing. Een directiever model is nodig, en in die richting zal ook Nederland volgens de adviseurs verschuiven. De jongere generatie Nederlandse leiders is al veel sterker internationaal georiënteerd. De zittende klasse moet het straks maar doen met Mora, Hak, Lassie en wat nog meer van de internationale wagen afvalt.
Wim Kok, grootmeester in het polderen, wordt door velen onze laatste leider genoemd. Echter juist hij heeft aangetoond dat het poldermodel niet zaligmakend is; Paars I en II zijn er, ondanks een goed economisch klimaat niet in geslaagd de BV Nederland tot bloei te brengen, de veerkracht te geven om ook magere jaren op te kunnen vangen en stappen te ondernemen tegen de ook toen als bekende groeiende vergrijzing. Van leiders worden resultaten verwacht en een eigen visie.
Balkenende zit nu met de brokken. Hij moet samen met zijn kabinet het land nu door deze magere jaren loodsen. Dit vraagt om leiderschap. Uit diverse berichten uit de Telegraaf van genoemde ochtend blijkt dat dat leiderschap tegenvalt.

3. Meer troepen naar Afghanistan

Uit de Telegraaf van 23 december 2025:
Het kabinet heeft besloten tot het sturen van nieuwe troepen naar de gevaarlijke Afghaanse provincie Oeroezgan om daar de stabiliteit en veiligheid te waarborgen. Het zal de ministers nog veel moeite kosten een Kamermeerderheid daarvoor te vinden. Lukt dit niet, dan gaat de missie niet door.
Zo stelt het CDA, tot boosheid van de VVD, als voorwaarde dat tweederde van de Kamerleden het besluit moet goedkeuren. Dat betekent dat de PvdA die missie moet steunen. De VVD vindt dat niets. „Eerst propt D66 met haar ‘nee’ stopverf in haar oren en nu komt het CDA weer met een ontijdige, nieuwe eis”, moppert Kamerlid Hans van Baalen. De PvdA is verrast door het CDA. “Ik heb nog nooit eerder gezien dat men ons in dit soort zaken nodig heeft”, aldus Kamerlid Koenders. Hij staat kritisch tegenover de missie. Maar geheel afwijzen doet de PvdA de missie niet.
Het kabinet heeft voor de uitzending steun van de Tweede Kamer nodig.
Hoe groot die moet zijn wil het kabinet niet aangeven. Premier Balkenende deed een oproep aan alle partijen om naar het besluit zelf te kijken. Dat was bedoeld voor D66 en de LPF, die tegen de missie zijn, maar ook voor de PvdA.
Er ontstond verwarring over de vraag of het kabinet nu tot die missie heeft besloten of dat sprake is van een voornemen, zoals D66-ministers benadrukten. Balkenende zelf sprak wel van een besluit.
Dit lezende constateer ik dat het poldermodel hier in een dermate extreme manier gevolgd wordt, dat er in het geheel geen sprake is van leiderschap.
Direct naast dit artikel las ik het volgende over hetzelfde kabinet:

4. Onwillige gemeenten bij Verdonk op matje

Burgemeesters die tegen de regels in toch opvang bieden aan bepaalde groepen afgewezen asielzoekers, moeten begin volgend jaar op het matje komen bij de ministers Verdonk (Vreemdelingenzaken) en Remkes (Binnenlandse Zaken).
De twee liberale bewindslieden zijn het zat dat bepaalde gemeenten zich hardnekkig tegen hun beleid keren. “Er zijn te veel notoire weigeraars onder gemeenten. Ze helpen afgewezen asielzoekers die helemaal geen recht op opvang hebben, terwijl het hier wel gaat om goedgekeurd rijksbeleid”, aldus Verdonk. Zij zei dit in een interview met De Telegraaf.
Het gaat hier volgens de VVD-bewindsvrouw niet om mensen die niet terugkunnen, maar om afgewezen asielzoekers die niet terugwillen. “Hun terugkeer is vaak al geregeld, maar op het allerlaatste moment besluiten ze dan om bij de gemeente aan te kloppen voor opvang. Maar op een gegeven moment moeten de regels gewoon uitgevoerd worden”, volgens Verdonk.
Mocht een ongehoorzame burgemeester na het gesprek met Verdonk en Remkes nog steeds geen eieren voor zijn geld kiezen, dan gaan de twee ministers waarschijnlijk ingrijpen. Hoe dat gaat, wil Verdonk nog niet zeggen.
Dit getuigt inderdaad van daadkracht. Afgaand echter op de acceptatiegraad van met name de maatregelen, is de vraag gerechtvaardigd of er ook sprake is van leiderschap. Velen zijn het wel eens met de strategie en het beleid van Verdonk, maar de wijze waarop zij dit vertaalt naar maatregelen, stuit op grote weerstanden. Denk hierbij onder andere aan de Congo-zaak, haar eerste reactie na de Schiphol-brand, het ‘schietincident’ op haar werkkamer en het incident waarbij ze op straat werd bespuugd door een fietser. Ondertussen werd het beleid van de minister via posters en spandoeken in verband gebracht met de Tweede Wereldoorlog en deportaties.
Maar gezien de wijze waarop Balkenende integriteit definieert, wekken dergelijke maatregelen onder zijn premierschap geen verbazing.

5. Naturalisatie van sporters

Dat er discussie ontstaat over de naturalisatie van de Feyenoorder Kalou, ligt voor de hand. Maar wat ik eveneens op de drieentwintigste december las, schokte mij toch:
Het hoger beroep van de waterpoloër Harry van der Meer om zijn Nederlandse nationaliteit terug te krijgen is afgewezen. De Raad van State in Den Haag oordeelde dat de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) hem drie jaar geleden terecht zijn Nederlandse paspoort heeft afgenomen.
Harry van der Meer (31) vroeg in 2002 de Italiaanse nationaliteit aan op verzoek van zijn toenmalige werkgever Savona. De club kon daarmee de in de Italiaanse waterpolocompetitie geldende buitenlandersregel omzeilen. Omdat hij inmiddels al vijf jaar in Italië speelde en woonde, was Van der Meer in de veronderstelling dat het slechts om een formaliteit ging. De IND nam echter zijn Nederlandse paspoort in en sindsdien is de in Veenendaal geboren en getogen waterpoloër in een juridisch steekspel verwikkeld om zijn identiteitsbewijs terug te krijgen.
Op de voor hem negatieve uitspraak van de Raad van State reageert Van der Meer: “Ik baal als een stekker. Ik wilde graag met het Nederlands team proberen me voor een groot toernooi te plaatsen. Dat kan nu niet meer.” De argumenten die Van der Meer heeft aangedragen voor zijn naturalisatie, zoals zijn jarenlange (belangrijke) rol in het Nederlands waterpoloteam en zijn deelname namens Oranje aan drie Olympische Spelen, werden door minister Verdonk niet steekhoudend geacht. Ook een aanbevelingsbrief van de Nederlandse bondscoach en een positief advies van de staatssecretaris van Sport brachten Verdonk niet op andere gedachten.
Het is onduidelijk of deze uitspraak ook gevolgen heeft voor Feyenoorder Salomon Kalou. Ook hij probeert via de rechter een Nederlands paspoort te krijgen. De sleutel ligt in handen van minister Verdonk, die gisteren aankondigde in de kwestie Kalou beroep aan te tekenen bij de Raad van State. Mr. Flori Wassenaar, advocaat van Van der Meer: „Met deze uitspraak over Harry komt het er eigenlijk op neer dat de minister in uitzonderlijke gevallen zoals deze zelf mag bepalen wat zij wel of niet relevant vindt. Bij een volgende minister kan dat misschien precies weer anders zijn. In feite zijn er geen echte regels, dus dan is het ook moeilijk procederen.”
Uiteraard getuigt ook dit van daadkracht van Verdonk, maar zolang acceptatie ontbreekt van de maatregelen waarin dit beleid gestalte krijgt mag je niet spreken van leiderschap. (Zie ook ‘Kansarm, vrouw, zwart, 50+, authenticiteit en leiderschap’.)
En dan te bedenken dat Zalm op diezelfde dag niet eens het nieuws haalde. Anders hadden we nog meer te melden gehad over de acceptatiegraad van beslissingen.

6. Poldermodel of Amerikaans model

Dat het poldermodel niet zaligmakend is, hebben we al vaker betoogd. Meer daadkracht van onze leiders is te prijzen, maar het is de vraag of dit leidt tot de benodigde acceptatie in Nederland. Nederland is Amerika niet en het is niet te verwachten, dat het Amerikaanse leiderschap model ook in Nederland gaat werken.
Moberg van Ahold moest inleveren, gezien de maatschappelijke verontwaardiging over de bonussen die hij ving van Ahold. Hij luisterde naar deze signalen en ging hierin mee. Hiermee toonde hij echt leiderschap en verwierf ook acceptatie.
Kenmerkend voor goed leiderschap is dat er niet alleen sprake is van goed beleid, maar bovendien van juiste maatregelen en een heldere communicatie hierover. Alleen dan worden maatregelen van de leider geaccepteerd.
De roep om de terugkeer van Wiegel is hiervoor kenmerkend. Dat is niet vanwege zijn sterke beleid maar vanwege zijn goede communicatie en zijn brede acceptatie. Zo hebben we ook al eens geschreven “Ad Scheepbouwer for President”. (Zie ‘BV Nederland: communicatie, vertrouwen, zeuren en perspectief’.)
Zowel het poldermodel als het Amerikaanse model zullen in Nederland in de toekomst succesvol zijn. Maar misschien is het voor potentiële leiders goed om eerst weer eens te luisteren; luisteren is meestal de belangrijkste factor in een succesvolle communicatie.

Wij hebben nog wel een partner die hierin prima trainingen in geeft  😉

Ook over dit onderwerp organiseren wij regelmatig gratis webseminars. In de agenda kunt u bekijken, welke u interessant vindt.

DownloadDownload artikel als MS Word document Download artikel als PDF document Print deze pagina Verstuur deze pagina naar een vriend (email)
Auteur: Wiebe Zijlstra | 10 januari 2006 | Copyright: ZBC


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *