ZBC Kennisbank

Moreel kompas en aanspreekbaarheid belangrijker dan toezicht

 

De voorbeelden van mismanagement stapelen zich in rap tempo op: de bankencrisis, Vestia, de FIFA, Rochdale, Fyra, de Teeven-deal, Imtech, KPMG, Icesave, Diginotar, Dieselgate, ABN-Amro, SNS-Reaal, Amarantis, Meavita, Woonbron. En waarschijnlijk kunt u dit rijtje moeiteloos aanvullen. Steeds weer wordt door de betrokkenen en de media gesteld, dat het toezicht heeft gefaald. Is dat eigenlijk niet een zotte redenering?

Blijkbaar is mismanagement een geaccepteerd verschijnsel en is het nodig, dat toezichthouders worden benoemd, die voorkomen dat blunderende managers uit de bocht vliegen. Als het desondanks toch nog totaal misgaat, dan worden er onderzoeken gedaan, die steevast leiden tot de conclusie dat het toezicht heeft gefaald en tot voorstellen voor het volgende rijtje maatregelen: intensivering van de controle, betere scholing van de toezichthouders, verandering van de structuur, ontwikkeling van een nieuwe code, invoering van een accreditatiestelsel voor toezichthouders, opnemen van meer experts in de raad (bijvoorbeeld op het gebied van derivaten), een stringenter benoemingsbeleid, betere betaling van de leden.
De rode draad in al deze voorgestelde maatregelen: beter reguleren en intensiever controleren.

Is toezicht wel een adequaat middel?

Toezicht is een woord dat in de afgelopen decennia een totaal andere betekenis heeft gekregen. Vroeger was toezicht gekoppeld aan verantwoordelijkheid: de baas hield toezicht om ervoor te zorgen, dat zijn plannen goed werden uitgevoerd; de leraar hield toezicht op zijn leerlingen om ervoor te zorgen dat het leerproces goed verliep; ambtsdrager in de kerk hielden toezicht op de gelovigen om te voorkomen dat deze in de hel terechtkwamen; ouders hielden toezicht op hun kinderen om te voorkomen dat ze ongelukkig zouden worden in onze samenleving; de politie hield toezicht om te voorkomen, dat de orde verstoord werd en burgers hiervan het slachtoffer werden; burgers kozen hun volksvertegenwoordigers om er voor te zorgen dat regeerders in lijn met de wil van het volk handelden.
Natuurlijk werden er ook toen afwijkingen geconstateerd. De correctieve actie echter was, dat iemand werd aangesproken op zijn gedrag. Basis voor dit toezicht was meestal een kleine hoeveelheid regels en ongeschreven wetten, die iedereen doodnormaal vond.

Waar toezicht is ontspoord

Toezicht is in feite ontspoord, vanaf het moment dat we anderen steeds minder gingen aanspreken op hun gedrag. Gevolg was dat de trend ontstond dat grote groepen in de samenleving de ongeschreven wetten niet meer kenden en die dus ook niet meer toepasten. Antwoord hierop was het definiëren van steeds meer wetten en regels en het aanstellen van steeds meer toezichthouders, die moesten toezien op de naleving ervan. Die toezichthouders mochten sancties opleggen bij overtreding van de regels. Toezicht werd hierdoor steeds minder ingezet om preventief ongewenst gedrag bij te sturen. Want we hadden immers de wet? Iemand aanspreken op zijn gedrag moest onderbouwd kunnen worden door wet- en regelgeving. Er moest duidelijk zijn welke wet of regel er expliciet was overtreden. Hiermee ontstond ook het woord rechtmatigheid: alles mag als het niet expliciet verboden is. En hiermee verdween de geloofwaardigheid van bestuurders en toezichthouders.

Ongeschreven wetten geven zekerheid

Mensen hebben echter behoefte aan zekerheid in hun dagelijks leven. Ze willen erop kunnen vertrouwen dat er een aantal waarden zijn, die iedereen deelt. Wanneer mensen op deze ongeschreven wetten steeds weer worden aangesproken, is de interpretatie ervan geborgd en kunnen ze ook meegroeien met de ontwikkeling van de samenleving. De hoogste straf die men kan krijgen bij overtreding is verbanning uit de groep. Tot enkele decennia geleden was dat inderdaad een ernstig schrikbeeld voor iedereen. Want hierdoor had je geen toegang meer tot alle voordelen die het samenleven in een groep nu eenmaal met zich meebrengt, zoals bijvoorbeeld dat je wordt aangesproken op afwijkend gedrag. Als dat niet gebeurt, zul je immers steeds verder vervreemden van de wereld en ook van jezelf.
In de laatste decennia echter is individualisering de norm geworden en zijn subgroepen en individuen steeds vaker hun eigen ongeschreven wetten gaan maken. Hierdoor ontsporen individuen. Ze worden immers niet meer aangesproken op hun gedrag. We zien dit steeds meer in onze maatschappij. En dan doet het er niet toe of het gaat om bankdirecteuren, om radicaliserende moslims of om politici die vergeten zijn dat ze het volk vertegenwoordigen.

Moreel kompas als basis voor samenleving

Een ander voordeel van ongeschreven wetten boven geschreven wetten is dat ongeschreven wetten de vernieuwing niet tegenhouden. Elke tijd vraagt om mensen die grenzen durven verkennen. En dat men daarbij dan af en toe over een grens gaat, is niet gek. Soms leidt dit tot een grote stap vooruit en soms ook tot en stap achteruit. Het geven van feedback aan deze vernieuwers is echter essentieel. Hiermee kunnen ze een moreel kompas ontwikkelen, dat zeer individueel kan zijn, maar dat in elk geval ook voldoet aan de ongeschreven wetten van de samenleving. Want het naleven van de ongeschreven wetten is niet een zaak van toezichthouders, maar van jezelf. Toezichthouders zijn coaches die anderen continu feedback geven op het gedrag, zodat iedereen zijn eigen moreel kompas kan ontwikkelen. Aanspreken gaat niet om de constatering goed of fout. Het gaat erom, dat als iemand bezig is een doodlopende straat in te lopen, hij door door zijn omgeving op dat gevaar wordt gewezen.

Aanspreken is de regel en niet de uitzondering

Als aanspreken de uitzondering wordt, dan ontstaat het risico dat mensen op den duur helemaal niet meer worden aangesproken. Als ouders hun kinderen, als leraren hun leerlingen, als werkgevers hun werknemers en als volksvertegenwoordigers regeerders niet meer aanspreken op hun gedrag in relatie tot ongeschreven wetten, dan wordt de samenleving geterroriseerd door wetten, regelgevers en toezichthouders die rechtmatig in plaats van rechtvaardig handelen.
Gelukkig zien we nog steeds veel uitzonderingen op bovenstaande. In kleine bedrijven bepaalt de ondernemer de ongeschreven wetten. Als je je daar als medewerker niet aan wilt houden, dan stap je vanzelf op. Want je wordt zoveel aangesproken op de naleving van de ongeschreven wetten, dat het prettiger is een organisatie te vinden, die meer past bij jouw eigen moreel kompas. En als de ondernemer zich niet houdt aan ongeschreven wetten, dan bestaat hij over twee jaar niet meer. Hij weet dus dat de portie eigenwijsheid die iedere ondernemer moet bezitten, niet mag uitgroeien tot arrogantie. De tijd nemen om te luisteren naar mensen die je aanspreken is dus van het grootste belang. En daarom organiseren echte leiders hun eigen tegenspraak. Dat is de basis voor continuïteit. Zij laten ook voorbeeldgedrag zien door de ongeschreven wetten na te leven en toe te passen. Helaas worden veel goede leiders nu geslacht op het altaar van de rechtmatigheid. Ze zondigen tegen een regeltje en worden verbannen. Een dat terwijl mensen in dezelfde positie kunnen blijven door niets te doen en dus door ook niet tegen de regeltjes te zondigen. (Zie ook ‘Hoe u als manager geloofwaardig bent’.)
Vaak hebben managers hier echter geen boodschap aan. Zij richten zich op doelstellingen en procedures. Er is een compleet circus voor nodig om te zorgen dat ook managers aangesproken worden. En dan  helaas niet op ongeschreven wetten en op hun moreel kompas. Daardoor faalt toezicht in deze context maar al te vaak. (Zie ook ‘Procedures zijn niet meer van deze tijd’.)
Managers mijden vooral risico’s. Zij sluiten schuldcontracten met rigide rechten en verplichtingen, waarin vertrouwen en wederzijdse kwetsbaarheid vermeden worden. Niet beseffend, dat iedereen die onzekerheid volledig uit wil bannen terechtkomt in een hel van onvrijheid en onderlinge beheersing of zelfs overheersing.

Ethische code

Daarom ben ik ook heel enthousiast over de onderstaande Ethische code, die ik dit jaar bij één van mijn klanten aantrof. Deze wil ik graag aan organisaties meegeven.

Elke medewerker en leidinggevende:

  1. behandelt iedere klant, collega en externe relatie met aandacht en respect;
  2. is toegankelijk en aanspreekbaar;
  3. verplaatst zich in de belevingswereld van de ander en gaat in gesprek om duidelijk te krijgen wat nodig is;
  4. is vakbekwaam en weet wat zijn sterke punten zijn;
  5. neemt verantwoordelijkheid voor het oplossen van problemen en mag daarbij altijd om hulp en advies vragen;
  6. geeft vertrouwen en ruimte voor verantwoordelijkheid;
  7. gaat collegiaal, veiligheidsbewust en oplossingsgericht te werk;
  8. komt zijn afspraken na en stelt het zelf aan de orde als dit onverhoopt niet lukt;
  9. neemt een onderzoekende houding aan en vraagt feedback op zijn gedrag en prestaties;
  10. vraagt zich af wat hij kan betekenen voor de organisatie en degenen met wie zij samenwerkt;
  11. weet wat in onze samenleving grensoverschrijdend is, handelt daarnaar en is daarop aanspreekbaar;
  12. signaleert in de eigen werkomgeving wat niet door de beugel kan én wat goed is maar verbeterd kan worden;
  13. kan – ook tegenover een kritische buitenstaander – uitleggen dat hij integer handelt;
  14. mag rekenen op een faire behandeling door zijn leidinggevende en zijn werkgever.

Hierin staan het eigen morele kompas en de aanspreekbaarheid centraal en staat toezicht in dienst van het aanspreken van medewerkers, managers en de directie. Voor het MKB is dit waarschijnlijk vanzelfsprekend. Maar ook voor grotere organisaties kan dat zo zijn. Want deze Ethische Code trof ik aan in een organisatie met circa 2500 medewerkers. En daar werkte het. (Zie ook ‘Vertrouwen basis voor bevlogen medewerkers’.)
Gelukkig heeft de vaak zwijgende meerderheid nog steeds een moreel kompas en leeft daarnaar. Maar die moet wel anderen blijven aanspreken om er voor te zorgen dat ze geen bedreigde diersoort worden.

DownloadDownload artikel als MS Word document Download artikel als PDF document Print deze pagina Verstuur deze pagina naar een vriend (email)
Auteur(s): Wiebe Zijlstra | 26 februari 2016


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *