ZBC Kennisbank

Is dat beleid of is erover nagedacht

 

De tijden zijn veranderd. De paarse kabinetten van Wim Kok voerden ooit een beleid van ‘niets doen’. De economie draaide uitstekend en voor iedereen nam de welvaart toe. Ingrijpen zou schadelijk kunnen zijn. Dus werd er gepolderd met als natuurlijke resultaat, dat alle gevestigde belangen werden beschermd.

De kabinetten van Jan Peter Balkenende kregen het al wat moeilijker. De groei stagneerde en we kregen zelfs te maken met een heuse crisis. Maar het beleid van ‘niets doen’ bleef gehandhaafd. De gemiddelde Nederlander merkte aanvankelijk nog weinig van die stagnatie, doordat de overheidsuitgaven drastisch werden verhoogd. Natuurlijk werd er ook wel bezuinigd. Dit ging echter in kleine plakjes met de kaasschaaf. Beleidskeuzes werden niet gemaakt en alle gevestigde belangen bleven beschermd. Daar stond ons poldermodel garant voor. Dat buitenstaanders zoals de burgers en bedrijven het vertrouwen in de overheid verloren, werd niet opgemerkt in de ivoren torens in Den Haag. Vervolgens kregen we Rutte als premier. Nadat zijn eerste kabinet ook niets had gedaan, met als excuus, dat het een minderheidsregering was, leken er in zijn tweede kabinet krachtige beleidskeuzes te worden gemaakt. De 3%-norm werd heilig verklaard en er werd een veelheid aan maatregelen getroffen om bezuinigingen te realiseren. Geen echte bezuinigingen, waardoor de overheid zelf de broeksriem zou moeten aanhalen, maar bezuinigingen in de vorm van het afschaffen van allerlei voorzieningen aan buitenstaanders.

Krachtig beleid of de filosofie van een junk?

Er lijkt een patroon te ontstaan. Het kabinet kondigt een maatregel aan, ogenschijnlijk om een specifiek probleem aan te pakken. Bij nader inzien blijkt de maatregel veel mensen te raken die niets met het probleem te maken hebben en is het kwestieus of de maatregel het probleem wel adequaat oplost. De kaasschaaf heeft plaats gemaakt voor de botte bijl. De bezuinigingswolf in schaapskleren is geboren. Zo worden alle zzp’ers aangepakt, om te voorkomen dat een kleine groep schijnzelfstandigen profiteert van voordelen voor zzp’ers. Het kabinet pakt de gehele corporatiesector miljarden af in plaats van de sociale huurmarkt te moderniseren, zich niet bekommerend om de gevolgen voor de bouw of voor de investeringen in oude steden. Werknemers in de thuiszorg komen pardoes op straat te staan, terwijl ze part noch deel hebben aan de problemen in de langdurige zorg. Kwetsbare en slecht georganiseerde groepen zijn de klos: asielzoekers, gevangenen, mensen in de thuiszorg en nu zzp’ers. De gevestigde belangen blijven rijkelijk bediend, via slecht doordachte polderakkoorden. Uit angst voor verdere begrotingsoverschrijdingen kiest het kabinet voor het snelle geld en legitimeert dat met misleidende argumenten. Het moet oppassen om niet af te dalen tot het niveau van een junk, die eveneens snel geld wil scoren en zich niet bekommert om de lange termijn of de gevolgen voor anderen.

Maatregelen zzp’ers

Laten we als voorbeeld het punt van de zzp’ers eens nemen. Miljoenen werken inmiddels als zzp’er. Voor een groot deel van hen is dat een vrijwillige keuze. Vrijheid en ondernemerschap worden afgewogen tegen slechtere sociale bescherming en onzekerheid. (Zie ook ‘Ben jij de zzp-er van gisteren of van morgen’.) Probleem is een kleine groep schijnzelfstandigen, die onterecht gebruik maakt van voorzieningen die (terecht!) gelden voor echte zzp’ers. Dit gaat vaak als volgt: Werkgevers stellen werknemers in vaste dienst voor ontslag te nemen en zzp’er te worden. Vervolgens huurt dan de werkgever deze medewerker weer in en bespaart daarmee gemiddeld 30% op zijn loonkosten. Bovendien is hij af van eventuele ontslagvergoedingen. Veel werknemers accepteren dit voorstel. Want ook voor werknemers met inkomsten tot modaal is dit interessant. Zij krijgen namelijk zo veel toeslagen en aftrekposten dat ze per saldo weinig belasting betalen. Natuurlijk moet de zzp’er zelf zijn pensioen bij elkaar sparen. Maar ook daarvoor kan hij gebruikmaken van een aftrekpost: de fiscale oudedagsreserve. Daarmee mag hij maximaal 12% van de nettowinst fiscaalvrij opzijleggen voor zijn pensioen. Verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid is iets wat veel zzp’ers met zo’n laag inkomen niet doen. De val naar de bijstand is vaak zo klein, dat men dat risico wel durft te nemen. Kortom, een perfecte win-win voor werkgever en werknemer. En de schatkist heeft het nakijken. Rutte denkt dit probleem op te lossen door de zelfstandigenaftrek voor alle zzp’ers te schrappen. Weer zo’n voorbeeld van de botte bijl, die ook van alles raakt wat niet het probleem is. Natuurlijk levert dit op korte termijn wat voordelen voor de schatkist. Het probleem wordt er echter niet mee aangepakt. De zzp’ers aan de onderkant worden de bijstand in gedreven en die aan de bovenkant richten een bv op. Op korte termijn stroomt er geld de schatkist in, maar dat geld verdampt op lange termijn. Als het kabinet werkelijk iets wil doen aan dergelijke constructies, moet het die constructies rechtstreeks aanpakken en de pijlen richten op werkgevers en geen lompe, generieke maatregelen nemen die alle zzp’ers treffen. Bovendien is er dan nog het koopkrachtplaatje. Nederlanders gingen er in 2012 gemiddeld 1% procent in koopkracht op achteruit. Bij zzp’ers was de daling het grootst. Zij leverden gemiddeld 2,7% aan koopkracht in. Minister Dijsselbloem vindt de situatie van zzp’ers weliswaar nijpend, omdat zij geen ‘vaste uren hebben en volstrekt afhankelijk zijn van opdrachten’, maar gaf desgevraagd aan dat dit geen invloed had op de kabinetsplannen. De Nederlandse wet kent alleen werkgevers en werknemers. Zzp’ers bestaan niet en worden ook niet adequaat vertegenwoordigd in Den Haag. (Zie ook ‘Een echte zzp-er is geen mkb-er’.) Zzp’ers zijn maar gewone burgers en voor onze overheid dus melkkoeien die hoognodig gemolken moeten worden.

Onjuiste modellen basis van beleid

Een ander heilig huisje van de Haagse ivoren torens, dat daarbuiten tot wantrouwen leidt, is het vasthouden aan de verouderde en incomplete modellen van het CPB. Deze modellen laten belangrijke aspecten van de alledaagse werkelijkheid buiten beschouwing. Het CPB erkent dat zelf ook. Politieke besluiten over de inrichting van ons land zijn dus gebaseerd op modellen die door hun makers ter discussie worden gesteld. Zo leveren bijvoorbeeld volgens deze modellen extra investeringen in het onderwijs weinig op voor de economie, doordat de relatie met stijgende productiviteit niet in de modellen zit. Hierdoor kwamen partijprogramma’s die inzetten op onderwijs slecht uit de bus wat betreft bijdrage aan economische groei. Ook de gezondheidszorg ervaart de beperkingen van de gebruikte berekeningsmethodiek. Stelselmatig worden de investeringseffecten van zorguitgaven genegeerd. In de maatschappelijke en politieke discussie gaat het om de kosten van de zorg als op zichzelf staand onderwerp. Aan die kosten zijn echter opbrengsten verbonden. Ter illustratie: als relatief kostbare, innovatieve medicatie veel duurdere operaties kan voorkomen, is per saldo sprake van een besparing. Geneesmiddelen zorgen ook voor verlaging van verzuimkosten en dragen eraan bij dat mensen langer kunnen werken, een politiek breed gedragen streven. Toch schuiven politici dit als irrelevant terzijde, omdat het niet in de modellen past. Dat het gebruik van deze verouderde modellen innovatie in de weg staan en gevestigde belangen beschermt, moge duidelijk zijn.

Niet bezuinigen maar hervormen

Niet drastisch snijden, geen belastingverhogingen, geen uitstel van maatregelen; het staat economen helder voor ogen wat het kabinet niet moet doen bij de invulling van de begroting voor 2014 en de zoektocht naar € 6 miljard aan bezuinigingen. Hervormen is hun devies. Veel vooraanstaande economen zijn het erover eens dat het beleid dat de regering nu voert, oorlog voeren tegen woningcorporaties, banken laten aanmodderen en zzp’ers hard aanpakken, de economie niet helpt. Het frustreert de economische groei, terwijl we nu al het slechtste jongetje van de klas zijn. Dat wil niet zeggen dat de 3%-norm van tafel moet. Dat zou betekenen dat we de rekening weer neerleggen bij onze kinderen. We moeten ons richten op langetermijnhervormingen. Ook de Europese Commissie geeft de voorkeur aan structurele maatregelen boven lastenverzwaringen. Dat zorgt voor vertrouwen van de financiële markten: hervormingen op het gebied van vooral de  hypotheekrenteaftrek, ook voor bestaande gevallen, een visie op de houdbaarheid van het pensioenstelstel, een visie op de arbeidsmarkt (inclusief zzp’ers en vergrijzing) en hervormingen op de woningmarkt, bijvoorbeeld in de vorm van een deal met woningcorporaties: de € 2 miljard aan lastenverzwaringen van tafel, in ruil voor opschoning van de sector en nieuwe investeringen in woningen. Groot probleem bij het doorvoeren van hervormingen is dat de coalitiepartijen het inhoudelijk steeds oneens zijn. Er is geen eenduidige visie, zodat men steeds weer terugvalt op het traditionele beleid van ‘niets doen’, gekoppeld aan het beschermen van gevestigde belangen om onrust te voorkomen. Dat daarmee het vertrouwen van burgers en bedrijven tot ver onder het nulpunt is gezakt, waardoor zij de hand op de knip houden, dringt niet echt door in de Haagse ivoren torens. Ondanks de duizenden beleidsmedewerkers, die hier gehuisvest zijn, vraag ik me steeds vaker af: ‘Is dit beleid of is er over nagedacht?’

Bronnen: Michel Dutrée , ‘Niet modelwaarheid maar werkelijkheid moet beleid bepalen’. In: Het Financieele Dagblad. 10 augustus 2013. Marcel Canoy, ‘Pssst, fiets kopen?’ In: Het Financieele Dagblad. 12 augustus 2013. Saskia Jonker , ‘Hervormen, hervormen, hervormen, luidt het advies aan het kabinet’ In: Het Financieele Dagblad. 13 augustus 2013.
DownloadDownload artikel als MS Word document Download artikel als PDF document Print deze pagina Verstuur deze pagina naar een vriend (email)
Auteur(s): Wiebe Zijlstra | 20 september 2013 | Copyright: ZBC


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *